Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOEPASSING EN BESLUIT.

225

schroeven. Ook zulke verzen, waarin nauwehjks eenige rythmische regelmaat te bekennen valt, vindt men in de bundels der refereinfeesten telkens. Indien zij niet rijmden, zou men ze als proza lezen; maar als men den poeët kon vragen wat nu eigenlijk de

maat in zijn verzen was, zou hij antwoorden: wel 10—14, of 10

12, of „Fransche" maat (12—14), tel maar na!

Verzen die zich werkehjk hadden losgemaakt uit de isometrie van vier maten, bestonden en bleven ook in de 17e eeuw bestaan in den klucht-stijlx). Men kent die verzen, soms vrij geregeld in isometrische hiaten voortschrijdend, dan weer als geheel los proza voortbabbelend tot een volgend rijmwoord, in klucht- en blijspelen en in de intermezzi der oudere bijbelsche en historie-spelen. Over deze vrije rythmen, vooral dan bij eerste dichters als Breeroo en Hooft (Warenar), zou een afzonderlijke studie zijn te schrijven; daarvoor is hier echter geen ruimte.

In ernstige verzen, of die daarvoor door wilden gaan, mag men zich echter niet bij een kwalificatie als „maatloos "neerleggen.Deze moesten op een gedragen of pathetischen toon gezegd kunnen worden. Waar dit niet mogehjk is en er geen onbewust rythme in hen leeft, kan de verklaring slechts zijn, dat de dichter zijn gevoel aan een gewaande bewuste regelmaat heeft opgeofferd. Natuurhjk is er vooral onder de „handelingen" der rederijkersfeesten wel heel wat onnoozel maakwerk gedrukt. Dit meer of minder overwegen van een onbewust rythme of van de bewuste sübentellirig, gaf aanleiding tot een zeer groote verscheidenheid van maatgang in dezen overgangstijd. De geleidehjkheid van den overgang uit de middeleeuwsche tot de nieuwe maat is nu daarin gelegen, dat (1) de verzen allengs een lengte van omstreeks 12 lettergrepen hadden gekregen, terwijl (2) in die verzen het gevoel voor de oorspronkehjke isometrie der vier maten verslapte, naarmate het vaste aantal hoofdzaak werd, dat voorts (3) in de, aan de Romaansche vrijheid van rythme herinnerende, streng getelde verzen de eisch van evenwichtigheid aller lettergrepen (isochronie) werkzaam werd, en dat ten slotte (4) deze laatste eisch met behulp der klas-

») Ook daaromtrent schijnen de rederijkers trouwens soms regels gehad te hebben, ue boven terloops genoemde Chartre van de Kersauwieren van Pamele binnen Audenaerde stelde naast de verplichting van 10—12 syllaben, of 5—7 in halve regels, voor komische verzen als grens 15 (weliswaar inzonderheid voor het referein, dus zooals men net gewoonlijk noemde „int Sotte", hier aangeduid als „refereynen uut ghenouchten";

15

Sluiten