Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15

Nog duidehjker drukt zich mr. van Nierop uit: •) „Nu moet ik nog eene opmerking van den geachten afgevaardigde uit Amsterdam, den heer Rochussen, opnemen. Hij heeft gezegd: het amendement2) is onnoodig, want de Koning heeft volgens artikel 59 van de Grondwet altijd de bevoegdheid voor de koloniën regelen buiten de wet te stellen. Maar die onderstelde bevoegdheid wordt juist beperkt door artikel 117 van dit regeringsreglement, want die regeling wordt aan den Gouverneur met de Koloniale Staten toegekend. Die daartegen bezwaar heeft, moet artikel 117 afstemmen." Slechts deze weinige uitlatingen over dit punt krijgen wij te hooren bij de totstandkoming der wetten in de Staten-Generaal.. Behalve het reeds aangehaalde debat tusschen Keuchenius en Verniers van der Loeff komt de quaestie nog eens naar voren in 1901 onder Minister Cremer (1897-1901) bij de wijziging van artikel 48 der Westindische reglementen. Op het voetspoor van zijn voorganger Bergsma (1894—1897) diende hn bij de tweede kamer wetsontwerpen in waarbij een memorie van toelichting gevoegd was, waaruit wij het volgende overnemen:

Echter is er een belangrijk punt, dat met de bevoegdheid der Koloniale Staten samenhangt, waaromtrent twijfel mogelijk is, en sedert de vaststelling van het Regeeringsreglement onzekerheid heeft bestaan. Het betreft de vraag of, waar het Regeeringsreglement bepaalt, dat een regeling moet geschieden bij koloniale verordening, hierdoor 's Konings bevoegd-

') Bordewijk, blz. 632 en 633.

a) Een amendement, strekkende om het onderwerp (vaststellen van wetboeken) voor de eerste maal bij Koninklqk besluit te doen regelen, zie artikel 168 Suriname, 189 Curacao.

i

Sluiten