Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

eens eindelijk een einde te maken aan het onwettig ontslag verleenen van ambtenaren, buiten NederlandschIndië vertoevende, door den Koning. Het artikel toch luidde tot 1915: „Behoudens de uitzonderingen bij dit reglement bepaald, worden de ambtenaren benoemd, ontslagen en op pensioen gesteld door den Gouverneur-Generaal, overeenkomstig regels, bg algemeene verordening gesteld." Men zou hier haast kunnen spreken van een tot gewoonterecht geworden overdracht van bevoegdheid, in dit geval van den landvoogd aan de Kroon, maar na het hiervoren betoogde valt het niet moeilijk deze overdracht als onwettig te qualificeeren. Hetzelfde geldt voor artikel 42 zooals het luidde vóór 1909.

Ik kan tenslotte met een kort woord over het aan de landvoogden toegekend gratierecht') volstaan.

Neemt men aan, gelijk mr. J. Greup2) doet, dat artikel 68 grondwet uitsluitend geldt voor het Rijk in Europa, dan is de grondwettigheid van artikel 52 (39) boven iederen twijfel verheven. Intusschen is die meening verre van algemeen. Mr. Kleintjes 3) baseerde indertijd de grondwettigheid daarop, dat artikel 68 het gratierecht zou opdragen aan hem, die de Koninkhjke macht uitoefent. Waar artikel 52 (39) dit recht opdraagt aan de landvoogden, die inderdaad de Koninklijke macht uitoefenen, is dus z.i. aan de grond¬

ig Ned.-Indië, artikel 52; Suriname en Curacao, artikel 39. ») De toepasselijkheid van de Grondwet op de Nederlandsche Koloniën onderzocht. Dissertatie Leiden 1906.

s) Tijdschrift voor Strafrecht, 1893, blz. 249 vlg.

Sluiten