Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20

wordt vermeld, dat enkele leden liever de eerste persoon gebruikt zagen: „in Onzen naam", en verder zbo in alle artikelen waar van den Koning sprake was. ') In 1865 wordt geen enkele opmerking over die uitdrukking gemaakte Anders echter bij de debatten over de jongste grondwetsherziening; en de meeningen Uepen toen nogal uiteen. Mr. Marchant schijnt in zijn rede, op 15 November 1921 in de tweede kamer gehouden, aan machtsopdracht door de Kroon te denken *):

„Op zich zelf vind ik het niet mooi om de opdracht van het bestuur aan de gouverneurs te geven „in naam des Konings." Wat beteekent dat? Ik vat het niet. Of het moest zijn, dat de bestuurders worden gedekt geacht door een bijzonder gezag van de Kroon, dat hier niet bestaat. En zeker zal men uit die uitdrukking gaan halen, dat de Minister van Koloniën een onbeperkte bevoegdheid behoudt om den Gouverneur-Generaal en de gouverneurs van instructies en bevelen te voorzien. De practijk heeft geleerd, dat men in bepalingen der Grondwet gaarne steun zoekt voor een reactionnair beleid."

Mr. Dresselhuys leest er daarentegen volledige en onherroepelijke volmacht uit:

„Als waar was wat de heer Marchant vreest, dat hieruit zou voortvloeien, dat de Minister instructies kan geven aan den Gouverneur-Generaal, dan zou ik dat op zichzelf toejuichen, want dat hoop ik. Maar ik lees er volkomen het omgekeerde uit. De woorden „in naam van" beteekenen

') Keuchenius, Handelingen der Regering en der StatenGeneraal betreffende het reglement op het beleid der Regering van N.-I. 1857, dl. II, blz. 7.

2) Handelingen tweede kamer 1921-1922, blz. 448.

Sluiten