Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21

naar Hollandsen spraakgebruik, dat men handelt in volmacht van een ander. Wanneer ik b.v. in naam van A zekere handelingen verricht, dan ben ik door hem gevolmachtigd. Wanneer men iets doet „in naam van", daartoe gemachtigd bij de wet en bij de Grondwet, dan volgt daaruit een tevoren vastgelegde volmacht, derhalve zekere graad van onafhankelijkheid, een zekere overdracht van souvereiniteit. In artikel 149 staat: „Er wordt regt gesproken in naam des Konings". Dit beteekent, dat de rechterlijke macht die handelingen verricht op eigen gezag en met eigen verantwoordelijkheid. Wanneer ik die woorden ga toepassen op het artikel der Grondwet, dat thans aan de orde is, dan zou bet beteekenen dat de Gouverneur-Generaal en de andere Gouverneurs in de andere gebieden, in naam des Konings handelende, dus zouden hebben een zekere onherroepelijke volmacht, welke hen maakt tot souverein op dat gebied" ') terwgl mr. Van Rijckevorsel de woorden als plechtige term en versiering beschouwd wil zien:

„Hij (mr. Dresselhuys) heeft een ander groot bezwaar gevonden in de woorden: „in naam des Konings", waarvan hij is geschrokken. Ik kan het bezwaar daarvan niet inzien. Ik acht het niet meer dan een plechtige term, die méér gebruikt wordt. Zelfs een deurwaarder, die iets moet executeeren, doet dat in naam des Konings. De GouverneurGeneraal is een zeer hooge autoriteit, waarom zou hij niet in naam des Konings het gezag uitoefenen? Ik beschouw die woorden als een versiering, meer niet. De heer Dresselhinjs vreest daarvan een soort onafhankelijkheid van den Gouverneur-Generaal, daardoor ook minder verantwoordelijkheid tegenover den Minister en uiteindelijk een geringe controle van het Parlement. Mijnheer de Voorzitter 1 Ik zou dat ook zeer vreezen en wensch dat volstrekt niet."')

') Handelingen tweede kamer 1921-1922, bl*. 486.

2) Handelingen tweede kamer 1921-1922, blz. 497, 498.

Sluiten