Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23

stelt naar hun inzien zekere algemeene verantwoordelijkheid van de Landvoogden aan de Kroon vast en is daardoor de grondslag voor de controle van de Staten-Generaal op de bestuursvoering in Indië, zoover die niet door autonome organen geschiedt, welke verantwoordelijk zün aan Raden e.d.g.

Deze leden wezen er op, dat de woorden „in naam des Konings" in dit verband voorkomen in de bestaande Regeeringsreglementen voor Nederlandsch-Indië (art. 1), Suriname en Curacao (art. 29). Tegenover de laatstelijk verdedigde zienswijze werd de vraag gesteld, of dan ten slotte de aangekondigde overbrenging van het zwaartepunt van het bestuur naar de overzeesche gebieden wel werkelijkheid zou kunnen zijn. Worden de vrijheid en de verantwoordelijkheid der bestuurders geen schijn, indien zij door instructies uit het Moederland zouden kunnen worden gebonden? De beteekenis van dit bezwaar werd door hen, die de laatste der gestelde vragen ontkennend beantwoordden, gevoeld.

In de besproken uitdrukking kan nimmer een in alle opzichten de bestuurders bindende band liggen, maar wèl — dit kon door deze leden niet worden weersproken — de verplichting om in bepaalde gevallen te handelen naar het hun bekende inzicht van de Kroon, bij wie het opperbestuur berust. Voelt men dit als een bezwaar, dan is daaraan niet te ontkomen dan door het doen vervallen van alle recht van controle van de Staten-Generaal op de bestuursvoering in de koloniën; wil men dit niet, dan moet — in algemeenen zin — de Minister verantwoordelijk blijven ook voor dit bestuur en de gelegenheid hebben om van zijn inzichten jegens dat bestuur te doen blijken."

Wg kunnen mr. Van Rijckevorsel hierin bevallen, dat wij als plechtigen term, als versiering, opvatten de woorden „in naam des Konings". Minister Ruys de Beërenbrouck kan moeilijk verwachten, dat de wetgever zijn uitlegging voor die woorden zoo steek-

Sluiten