Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

houdend zal' vinden, dat hij in een algemeen artikel den landvoogden „in naam des Konings" het bewind zal opdragen, zonder nog eens, gelijk de wetgever in 1854 en 1865 deed, uitdrukkelijk te bepalen, dat zij aan den Koning verantwoordelijk zullen zijn, terwijl het controlerecht der Staten-Generaal voor overgedragen deelen van het bewind, voortaan, behalve in artikel 62 lid 1 (nieuw), in artikel 62 bis zal gelegen zijn, het recht tot het uitlokken van vernietiging der koloniale regelingen.

Regeering en volksvertegenwoordigers beroepen zich op artikel 1 (29) der bestaande reglementen, zonder zich cif te vragen, welke beteekenis bij het vaststellen aan de woorden werd gehecht. Men zie eens naar het tweede lid van artikel 124 van het Oostindisch reglement, waar den inlandschen vorsten en hoofden opgedragen wordt te zorgen, dat de priesters niets ondernemen in strijd, o.a. met „uit naam van den Gouverneur-Generaal", uitgevaardigde verordeningen, waarmee alleen gedoeld kan zijn op verordeningen der residenten, bij welke vaststelling zich de gouverneur-generaal nooit of bijna nooit mengt. Men zie vooral ook naar artikel 54 van dat reglement, volgens hetwelk de landvoogd zeebrieven uitreikt „in naam des Koning"; is dit geen sprekend argument ten gunste van mr. Van Rijckevorsels opvatting? En waarom zou artikel 24 van hetzelfde reglement van door commissarissen-generaal „in 's Konings naam" vastgestelde verordeningen spreken, waar toch dezen de volle Koninkhjke macht reeds bezaten, doen en laten konden, alsof de Koning zelf ter plaatse aanwezig was?

Sluiten