Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

KONINKLIJKE BEVELEN, VORM DER INSTRUCTIES.

Waar wij in het voorgaande hoofdstuk getracht hebben de vraag te beantwoorden, in hoeverre de landvoogden tegenover den Koning een afgebakende macht hebben, dienen wij hier op de quaestie in te gaan, of de Koning al dan niet een juridisch onbeperkte macht heeft om den landvoogd van bevelen en instructies te voorzien. Immers, terwijl wij daar den landvoogd volgens grondwet en wet een eigen recht toekenden, een recht dat hij ook tegenover den Koning kan en moet staande houden, bevatten de regeeringsreglementen artikelen, welke den landvoogden voorschriften geven ten aanzien van de Koninklijke bevelen.

De beide Westindische reglementen bevatten een artikel 21, luidende:

„De gouverneur oefent zijne •waardigheid uit met stipte inachtneming van 's Konings bevelen, en is aan den Koning wegens zijn doen en laten verantwoordelijk.

Art. 164 der Grondwet van het Koningrijk is op hem van toepassing."

In het Nederlandsch-Indisch reglement is een der-

Sluiten