Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30

mogen worden aangenomen, indien men het opzettelijk in artikel 21 heeft willen uitdrukken. Wij zullen zien, dat zulks niet het geval is.

Al dadelijk ontdekt men, dat artikel 21 Suriname en Curacao het vervormde artikel 37') van het Oostindisch reglement is, over welk laatste artikel Thorbecke op 24 Juli 1854 in de tweede kamer2) had opgemerkt, dat deze wijze van uitdrukken tot misverstand zou kunnen leiden, met name, dat de gouverneur-generaal niet verantwoordelijk zou zijn aan den minister van koloniën, waartegen minister Pahud3) aanvoerde, dat men hier met opzet van den Koning gesproken had, om eens en voor altijd uit te maken, dat van een rechtstreeksche verantwoordelijkheid van den gouverneur-generaal jegens de Staten-Generaal geen sprake zou zijn en dat men deze bedoeling duidelijk kon lezen uit de daaraan volgende woorden: „onverminderd het regt tot vervolging, bij art. 159 der grondwet aan de Tweede Kamer der StatenGeneraal toegekend", zoodat op deze wijze wel twee ongelijksoortige vormen van verantwoordelijkheid in het artikel worden genoemd, doch men artikel 37 moet opvatten als een aanloopje tot artikel 38, waarin de straffen vermeld tegen ambtsmisdrijven van den gouverneur-generaal.

') Luidende: „De Gouverneur-Generaal is, met opzicht tot de uitoefening van zijne waardigheid, verantwoordelijk aan den Koning, onverminderd het regt tot vervolging, bij art. 159 der grondwet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal toegekend.

2) Keuchenius III, blz. 268 vlg.

3) „ m, „ 270.

Sluiten