Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51

van 15 December 1917 (Ind. S. 1918, no. 8) in verband met de invoering van het algemeen strafwetboek voor Nederlandsch-Indië van 1915 (S. 732) heeft men op het voetspoor van de artikelen 355 en 356 van het Nederlandsche strafwetboek een onderscheid gemaakt tusschen culpoos en doleus handelen en tevens in het regeeringsreglement zelf de straffen opgenomen (hetgeen voor de artikelen '2'2 van de VVestindische reglementen al geschied was in 1901) waarmee een oude strijdvraag, n.1. of sinds 1886 de dehcten van artikel 38 (22) in verband met artikel 3d van de invoeringswet van het Nederlandsche strafwetboek (S. 1886 no. 64), dat ook de straffen, opgesomd in de artikelen 29, 30, 31 en 32 van de wet van 1855, afschafte, nog wel poenale sanctie hadden, de wereld uitgeholpen is. Bij gelegenheid van deze aanvullingen heeft men ook overigens den tekst der artikelen herzien en verbeterd.

Behalve voor_de_ strafrechtelijke verantwoordejnkheid, houden de regeeriflgsreglemgnten o"k vonrgflunften over de politieke verantwoordelijkaeid-deTr"ighdvoogden m, en wél in dier voege, dat eenerzij ds de artikelen 37 (Oost) en 21 (West) hun verantwoordelijkheid vaststellen jegens den Koning, terwijl anderzijds de reeds genoemde artikelen 38 en 22 den minister aanwijzen, met wiens politieke verantwoordehjkheid de Staten-Generaal te maken krijgen. Strafbaar zijn de landvoogden, wanneer zij uitvoering geven aan Koninklijke besluiten of beschikkingen, waarvan hun de uitvoering niet is opgedragen door den minister van koloniën; uitsluitend de minister van koloniën staat in administratief verkeer met de landvoogden,

Sluiten