Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53

óbg heeft gezien, maar dit stelsel verwierp, terwijl bij de openbare behandeling van het wetsontwerp minister Pahud op 24 Juli 1854 verklaarde:

„Door dien geachten spreker (mr. Thorbecke) is in de tweede plaats gevraagd, of het de bedoeling is dat in alle gevallen de uitvoering der Koninklijke bevelen en besluiten door den Minister van Koloniën aan den Gouverneur-Generaal moet worden opgedragen. Ja, Mijne Heeren, dit is de bedoeling. Alle Koninklijke besluiten, bevelen of beschikkingen, die in Indië moeten werken, zullen, wanneer de uitvoering behoort tot den werkkring van den Gouverneur-Generaal, daartoe aan dien landvoogd moeten worden gezonden door tusschenkomst van den Minister van Koloniën en dus met zijne medewerking. Het is reeds bij eene vorige gelegenheid gezegd, dat de Minister van Koloniën voornamelijk verantwoordelijk is voor het beleid der koloniale aangelegenheden, en hij kan dus vorderen, dat, hetgeen in Indië wordt ten uitvoer gelegd, geschiedt met zijne medewerking." )

Bij het vaststellen van de reglementen voor de West stelt mr. Van Bosse op 12 Mei 1865 in de tweede kamer bij de behandeling van artikel 22 voor, de woorden „waarvan hem de uitvoering niet is opgedragen door den Minister van Koloniën, ■ onder letter a, te doen vervallen, en hij dient daartoe een amendement in, hetwelk door zes leden ondersteund wordt.2) Dit amendement wordt door mr. Kappeyne van de Coppello aldus bestreden:

Ik kan mij nog niet met het amendement vereenigen. „Door een minister is opgedragen" zou er nu worden gelezen, en

') Keuchenius III, blz. 278. 2) Bordewijk, blz. 94 vlg.

Sluiten