Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

67

vreesde men, dat een minister van koloniën zou weigeren inlichtingen te verstrekken over een maatregel, welke een landvoogd op eigen gezag zou hebben genomen? Men zal waarnemen uit de gevallen, die zich in de practijk voorgedaan hebben, welke wij hier beneden zullen aanhalen, dat de quaestie der verantwoordelijkheid niet zoo eenvoudig is, als men uit de woorden van het verslag zou kunnen opmaken.

Een en ander werd overwogen bij de vaststelling van het reglement, en vijf jaren later zegt Thorbecke op 23 November 1859 in de tweede kamer') over de positie van den landvoogd ten opzichte van den minister van koloniën:

«Men kan zeggen: de Gouverneur-Generaal is geen onverantwoordelijk bureau-ambtenaar, niet gelijk te stellen met een Commissaris des Konings in eene provincie, noch met een gezant in den Vreemde; hij is niet louter agent van het Ministerie van Koloniën; de eerste voorwaarden voor een goede bekleeding van het gouverneur-generaalschap is dat de Gouverneur-Generaal zelfstandig zij, een man van eigen stelsel en van eigen overtuiging. De Minister van Koloniën zou men kunnen zeggen, heeft zich te bepalen het werktuig, het orgaan te zijn van die regelende en controlerende magt, die aan den Koning en aan den Rijkswetgever voorbehouden werd. De Gouverneur-Generaal is en moet blijven de man van handeling en van bestuur; hij moet, schoon niet regtstreeks bij deze Kamer, zelf verantwoordelijk zijn en blijven; hij moet dat willen zijn, als niet af te scheiden van een zelfstandigheid, zonder welke een goed, krachtig bestuur over zee ondenkbaar is. De Minister van Koloniën kan derhalve

') Handelingen tweede kamer 1859-1860, blz. 290. Onuitgegeven parlementaire redevoeringen, deel 5, blz. 202 en 203.

Sluiten