Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

61

Kroon opdraagt, of hetwelk aan de Kroon toekomt volgens haar grondwettelijk opperbestuur;

b. een onderwerp, waarbij de minister zijn bevoegdheid overschrijdt ;

2°. de minister draagt voor een maatregel, betreffende een onderwerp, door het reglement aan den landvoogd opgedragen en door deze uitgevoerd, slechts verantwoordelijkheid voor het handhaven van den landvoogd. Hij is in elk geval verplicht tot volle opening van zaken. Ken eventueel kamervotum treft den minister, die den landvoogd handhaaft;

3°. een votum treft den minister, wanneer de landvoogd weliswaar op eigen initiatief een maatregel neemt, doch later de Kroon de daad goedkeurt of de minister haar voor zijn rekening neemt.

V/ij moeten hierbij opmerken, dat bij het geval, onder 2° aangeduid, bijzondere omstandigheden, zooals ministerieele inmenging, in aanmerking genomen moeten worden. De indeeling, welke wij hier geven, zou aldus kunnen zijn, wanneer Thorbecke's wensch, op 23 November 1869 uitgesproken, ook in vervulling ware gegaan. ')

Weinigen zullen wel de meening aanhangen, welke mr. Van Houten op 22 November 1892 in de tweede kamer 2) verkondigde, namelijk de wenschelijkheid dat landvoogd en minister van dezelfde politieke richting moeten zijn en de landvoogd aftreden zal bij verandering van de meerderheid in de tweede kamer; want tegenover het nadeel van de instabiliteit bij de hoogste

') Zie blz. 57.

2) Handelingen tweede kamer 1892-1893, blz. 213.

Sluiten