Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66

tracteerde termijn zou zijn'). Anders dacht echter hierover de commissie van onderzoek2), benoemd door de tweede kamer op 14 November 1882 en bestaande uit de heeren Winfcgens, Keuchenius, Van Houten, Mirandolle en Van Delden, welke in haar verslag o.a. aan de kamer voorstelde te besluiten:

„het opperbestuur niet te doen berusten in de door de Indische Regeering in deze gepleegde handeling, zijne volle vrijheid te handhaven, om bij het eindigen der oorspronkelijk aan de Billiton-maatschappij verleende concessie voor de naleving der bestaande wettelijke bepalingen en de behartiging van 's lands belang te waken."

Intusschen verdedigen twee opvolgende ministers, met name De Brouw en Van Bloemen TVaanders het beleid van de Indische regeering en was inmiddels de goedkeuring aan haar handelwijze achteraf verleend bij kabinetsrescript. Zelden is het beleid van een landvoogd met zulke krasse woorden afgekeurd in de Staten-Generaal. Zoo stelde mr. Keuchenius op 20 November 1882 in de tweede kamer de vraag :

„of in de geestkracht, de standvastigheid en den ijver van den gouverneur-generaal het noodige vertrouwen kan worden gesteld," 3)

en op 16 November 1883 zei dezelfde:

„De Gouverneur-Generaal, die een tal van bepalingen heeft veronachtzaamd, voorbijgezien en geschonden, die 's lands

') P. H. van der Kemp, Billiton-Opstellen, Batavia 1886, blz. 33-45.

2) Handelingen tweede kamer 1882-1883, blz. 224. *) Handelingen tweede kamer, 1882-1883, blz. 302.

Sluiten