Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

70

gouverneur-generaal zich kon beroepen op een in de wet vervatte instructie.

TVij zijn nog in de jaren van het gouverneurgeneraalschap van Van der Capellen (1816-1826); minister is mr. Falck (1818-1824). Zoowel de financiëele moeilijkheden van Moederland en Indië, als de persoonlijkheid van den landvoogd brengen het opperbestuur er toe de Indische regeering onder strengere controle te stellen. Falck, door een zekeren de ^Vilde medeeigenaar van het particuliere land Soekaboemi in de Preanger gedeeltelijk door min juiste voorstellingen overgehaald, lokt het Koninklijk besluit van 11 Juli 1821 uit, waarbij de inkoopsprijs van de koffie, speciaal van die der particuliere landerijen, aanzienlijk wordt verhoogd, hetgeen de Indische schatkist op aanmerkelijke bedragen zou komen te staan. Gouverneur-generaal in rade, echter, met het oog op den desolaten toestand van de geldmiddelen, besluiten op 17 Juli 1822 de Koninkhjke regeling ter zijde te leggen '). Bijzondere omstandigheden, o. a. de spoedig daarop gevolgde

') „Met gepasten eerbied en volkomene onderwerping voor den troon van Zijne Majesteit te brengen die bedenkingen, welke bij baar tegen de dadelijke uitvoering van bet opgemelde besluit zijn ontstaan." Niet onaardig voert de Hooge Regering o.a. aan, dat door die verhooging der koffieprijs, de particuliere landeigenaars de opgezetenen zouden dwingen koffie te verbouwen en bitter weinig van de rijstcultuur terecht zou komen.

Het besluit vindt men in: A. de Wilde: Adres aan Zijne Majesteit den Koning wegens het voorgevallene ten aanzien van Soekaboemie onder het bewind van den1G. G. van der Capellen, Amsterdam 1838, blz. 69 vlg.

Sluiten