Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

71

verkoop van het particuliere land aan het gouvernement, voorkomen in dit geval een botsing tusschen de Indische regeering en het opperbestuur1). Bovendien echter heeft de Indische regeering reeds meer dan eens geweigerd de door het ministerie aan de gezagvoerders der schepen medegegeven kredietbrieven om koffie te koopen, te erkennen, ondanks de talrijke doch bezadigde vermaningen van Falck.

Falck wordt opgevolgd door mr. C. T. Elout (1824—1829), Van der Capellen's oud-ambtgenoot als commissaris-generaal (1816-1819), en een hernieuwde weigering der Indische regeering om kredietbrieven te erkennen, althans een opgegeven hoeveelheid koffie met uitgezonden schepen mede te geven, leidt tot een ernstig conflict. In het Moederland is men over den landvoogd Verre van gesticht; Willem I informeert zelfs of er niet tegen de raadsleden D' Ozij en Van de Graaff, die den landvoogd steeds ter zijde stonden, kon opgetreden worden, drong bovendien aan op wnziging van de instructie: «van zoodanige bepalingen als vereischt worden, om ten dezen, voor het vervolg volkomen te voorzien".2) Wel had baron Van der Capellen reeds eerder znn ontslag gekregen, en volgde weldra die van de beide genoemde raadsleden „ten einde wegens hunne handelwee ter zake voorz.

') P. H. v. d. Kemp: Java's Landelijk Stelsel 1817-1819, bk. 245 vlg.

*) Bijdragen Taal-, Land- en Volkenkunde van net Koninklijk Instituut, v. d. Kemp, Elout als Minister van Koloniën, dl. 62, 1909, blz. 215 en 216.

Sluiten