Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74

en zoo lang ik de teugels Tan dat bewind in handen houde, op het spoor blijf Tolharden, het welk ik tot dusver, met volkomen gerustheid Tan volgens 's Konings wil en belang te handelen, betreden heb; in de hoop, dat ter wezenlijke bevordering Tan Zr. Ms. dienst, mijn voorbeeld, door dengeen, die het opperbestuur van mij zal overnemen, gevolgd zal worden." ')

Intusschen had er in het Moederland een briefwisseling plaats tusschen Koning en minister over de daar bekend geworden tegenwerking tegen de Nederlandsche Handel-maatschappij en het half geladen terugzenden der schepen. Tegen den brief d.d. 15 November 1825, 2) waarin de Koning op wijziging der instructie aandrong, voerde de minister in zijn rapport d.d. 25 November3) aan:

„dat als een minister beveelt het als eene vanzelf sprekende zaak beschouwd moet worden, dat dit geschiedt krachtens het koninklijk gezag",

waarop de koning bij brief d.d. 29 November 18254) laat weten:

„Na een opzettelijke overweging van uw geheim rapport van den 25 dezer La. M. M. M. M. in verband met dat van den 10 te voren La. H. No. 61 is het aan 'den Koning voorgekomen, dat vermits uit den aard der zaak de Regering

') Dépêche van Van der Capellen aan Elout van 12 Juli 1825 no, 1. Zie Bijdragen tot de T.L.V. van Ned. Indië 1909 dl. 62 blz. 226-227: v. d. Kemp, Mr. C. T. Elout als Minister van Koloniën.

2) Bijdragen T.L.V. dl. 62, 1909 blz. 215 en 216.

») Aldaar blz. 216.

<) Aldaar blz. 216.

Sluiten