Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

77

vervangen werden door de woorden: „den Souverein ). Mij dunkt, dat hier voor Van der Capellen een wapen voor het grijpen lag om er de argumenten van Elout mee te bestrijden, doch hem was het allicht niet bekend, althans argumenten voert hij niet aan in zijn schrijven van 22 Juli 1825 aan Willem I persoonlijk *): „Heden vind ik mij gedrongen Uwe Majesteit eerbiedig te naderen met het verzoek om inzage te willen nemen van eenen brief op den 12 dezer door mij aan Uwer Majesteits Minister van Koloniën gerigt. Het doet mij leed Uwe Majesteit met dit verzoek te moeten lastig vallen, met de bewustheid dat deze briefwisseling met geen genoegen door Uwe Majesteit kan gelezen worden.

Als vertegenwoordiger van Uwer Majesteits hoogen persoon in dit gedeelte der Wereld, als getrouw ambtenaar, die gedwaald kan hebben in zijne meeningen, maar die met een gerust geweten voor Zijnen Koning kan verschijnen, die het groot vertrouwen door Uwe Majesteit in hem bij zoo vele gelegenheden gesteld, nimmer heeft misbruikt, die van zijne verpligtingen, maar tevens van zijne regten doordrongen is, en die niet van zich kan verkrijgen om zich door eenen van Uwer Majesteits Ministers als éenen van zijne subalterne ondergeschikten te doen behandelen, heb ik mij in gemoede verpligt gevonden den hierbij gevoegden brief aan den Minister van Koloniën te schrijven, en alzoo te beantwoorden hetgeen hij zich gerechtigd gevonden heeft aan mij te schrijven en waarvan ik hem verzocht heb Uwe Majesteit niet onkundig te laten.

') Bijdragen T.L.V. dl. 50, 1908, blz. 423-424, van der Kemp, Bijdrage tot de geschiedenis der Regeeringsreglementen van Nederlandsch-Indië.

2) Bedragen T.L.V. dl. 62, 1909, blz. 238, van der Kemp, Elout als Minister van Koloniën.

Sluiten