Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78

Wel beroept hij zich in zijn depêche van 12 Juli 1825 aan Elout terloops op het reglement van 1818, dat de minister zich niet bezorgd behoeft te maken,

„dat de Indische regering zich afwijkingen veroorloofd heeft, van de bepalingen, vervat bij het Reglement op het beleid der Regering, gearresteerd den 22n December 1818", ')

maar een verwijzing naar een bepaald artikel vinden wij niet, terwijl hem bovendien in deze quaestie mijns inziens een beroep op artikel 120 van het reglement van 1818 openstond. Dit artikel luidde:

De voortbrengselen, welke het eigendom van den lande zijn, worden gebruikt tot de algemeene huishoudelijke behoeften in Indië, of op hoog gezag verkocht.

Deze verkoop moet, met uitzondering van hoog gewigtige en buitengewone omstandigheden, bij openbare veiling gedaan worden.

Bij aldien geene behoorlijke prijzen voor dezelve mogten kunnen verkregen worden, zullen dezelve, voor rekening van den lande, naar Nederland kunnen overgezonden worden.

De Indische regeering handelde volkomen naar dit artikel, toen zij weigerde de opgevraagde hoeveelheden koffie tegen een bepaalden prijs af te geven. Was het zoo ongerijmd van den landvoogd om te informeeren naar 's Konings meening, daar waar de ministerieele aanschrijving lijnrecht tegen deze bepaling van een door commissarissen namens den Koning gearresteerd reglement inging? En Willem I nam hier het juiste standpunt in, toen hij dadelijk op wijziging van het

') Bndragen T.L.V. dl. 62, 1909 blz. 228, v. d. Kemp, Elout als minister van Koloniën.

Sluiten