Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

hebben toen ') het geval gehad, dat de Minister van Koloniën aan den Gouverneur-Generaal een opdracht had gegeven en deze zich met die opdracht niet kon vereenigen. Nu spreekt een Minister natuurlijk practisch wel tot den Gouverneur-Generaal als Minister persoonlijk, maar in theorie altijd als verantwoordelijk Minister namens de Kroon. Er wordt dus bij iedere opdracht aan den Gouverneur-Generaal van den Minister verondersteld, dat dit inderdaad is een opdracht van de Kroon, die wordt overgebracht door den verantwoordelijken Minister.

De G ouverneur-Generaal Idenburg nu heeft toenmaals aan den Minister van Koloniën geschreven: ik heb uw opdracht gekregen, ik zal daaraan ook voldoen, mits mij inderdaad blijkt, dat het een opdracht is, die ik krijg van de Kroon door uw tusschenkomst. Het gevolg is geweest, dat een rapport aan Hare Majesteit is gezonden, waarin de beide standpunten zijn uiteengezet; de Kroon heeft zich toen vereenigd met het standpunt van den Minister en de Gouverneur-Generaal heeft zich daaraan onderworpen. Hetzelfde moet nu steeds blijken waar het betreft het krijgsbeleid van den opperbevelhebber. De opperbevelhebber moet niet blootstaan aan opdrachten van den Minister, tenzij hij zeker weet, dat zij niet alleen fictief, maar ook reëel van de Kroon afkomstig zijn. In dien geest is artikel 6 van de Instructie van den opperbevelhebber ontworpen." a)

Natuurlijk was de nieuwsgierigheid van verschillende kamerleden opgewekt, die langs informeelen weg van dezen minister trachtten te weten te komen, hoe de vork in den steel had gezeten, en den vol-

') Minister De Jonge doelt hier op den tijd, dat hij als hoofdambtenaar werkzaam was aan het ministerie van koloniën. ') Handelingen eerste kamer 1917-1918, blz. 415.

Sluiten