Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

93

„Voor de voorafgaande machtiging of latere goedkeuring. T des Konings, die de Gouv,-Generaal dikwijls behoeft, is geen bepaalde vorm voorgeschreven en derhalve die van^Jeen bloote kennisgeving of kabinets-rescript "Vtnkoinen . geoorloofd. Eveneens vereischen de koninklijke bevelen, door het Reg.-Reglement meermalen genoemd, geenszins den vorm j van koninklijke besluiten. De verhouding toch tusschen het / Opperbestuur en de Indische Regeering is niet door de wet I geregeld en derhalve, overgelaten aan het goedvinden des ,' Konings. Alleen dan zou dit laatste te betwijfelen zijn, wanneer bepaalde vormen waren voorgeschreven of aan de inachtneming van dezen of genen vorm verschillende rechtsgevolgen waren verbonden. Zoolang noch het een,- noch het ander is aangetoond, valt de gedachtenwisseling tusschen het Opperbestuur en de Indische Regeering, zoowel wat . vorm als inhoud betreft, buiten het bereik van het stellig I recht."

Een afkeurend oordeel over de inhoud der eerste zinsnede van prof. De Louter vindt men in het proefschrift van mr. J. J. Schrieke') : de vraag van het kabinetsrescript. Deze in de practijk voorkomende vorm eenerzijds om een Koninkhjke wilsuiting aan den minister kenbaar te maken, anderzijds om zelfs naar buiten te moeten werken kwam ter sprake in de tweede kamer ter gelegenheid van de behandeling der Bilhton-overeenkomst, in de zitting 1882-1883. Minister De Brauw had zulk een rescript gebruikt om den landvoogd als machtiging te strekken, terwijl een Koninkhjk besluit van 1872 (Ind. Stbl. 1873 no.

') De Ordennantie met Koninklijke medewerking. Acad. proefschrift, Leiden 1909.

Sluiten