Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

zijn zaak hadden weten te winnen. Deze episode kenschetst Szamuelly's optreden. Reeds voor hij tot de macht was gekomen, eischte hij in de communistische bijeenkomsten de uitroeiing der bourgeoisie. Dit streven is de in waarheid roode draad geweest, die door Szamuelly's daden valt te vervolgen. De proletaar-diktatuur maakte hem volkscommissaris; zijn eerste werk was de organisatie der „terroristen-groep", de keurtroepen der volkscommissarissen. Persoonlijk koos hij uit, wie hij opnam in de troep; blonde en blauwoogige candidaten nam hij nooit aan, daar hij die voor weekhartigen en droomers hield. Zijn mannen overlaadde hij met weldaden; zij volgden hem blindelings.

In de raad der volkscommissarissen was Szamuelly de meest radicale. Voortdurend wees hij op het gevaar der contrarevolutie, en op de noodzakelijkheid, deze door terreur te voorkomen. Van hem is het gezegde afkomstig, dat de proletaardiktatuur door een wal van lijken beschermd moest worden. Zelfs Kun schijnt voor Szamuelly beducht te zijn geweest en moet gezegd hebben, dat hij niets tegen Szamuelly vermocht, daar deze hem vroeg of laat zou laten gevangen nemen door zijn terroristen. Het was voor de volkscommissarissen zoowel een verlossing als een geruststelling, toen aan Szamuelly werd opgedragen, op het platteland alle pogingen tot contrarevolutie met geweld te onderdrukken. Zoo trok hij er op uit met een eigen trein. Zelf reisde hij in een salonwagen; op een goederenwagen werd zijn auto meegenomen.

De executie's op het platteland beoogden niets anders dan terreur. Van een systeem was geen sprake; van rechtspraak nog minder. Zelfs een beschuldiging ontbrak. Kwam Szamuelly in een dorp, dan heette het: „vang de bourgeois' en hang ze op". Noch verhoor, noch beschuldiging, nog minder verdediging kwam ter sprake. De terroristen namen uit de huizen der opgepakten meteen touw mee voor een strop. Op het plein voor de dorpskerk zette hij zich ónder de boomen op een stoel, en rookte de eene cigaret na de andere; hij had niets bij zich dan een bloknoot en een stempel; op een bloknootblad schreef hij den naam van den man, dien men gepakt had, drukte er zijn stempel op en reeds werd het slachtoffer de strik om den hals gedaan. Dat dit gebeuren hem niet als noodzakelijke hardheid voorkwam, als roeping, maar dat het veeleer niet eens zijn wreede fantasiën voldeed, blijkt uit het feit, dat hij zooveel mogelijk de nabestaanden van de slachtoffers, zelfs hun jonge kinderen, vlak in de nabijheid van den doodsstrijd getuige deed

Sluiten