Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

boerderij. Hij gaat te voet van hofstede tot hofstede, draagt zijn zwaren zak en heeft een kommervol bestaan. Hij wordt geduld door de boeren, maar ook steeds bespot; waar zij niet tegen zijn slimheid opkunnen, ontzien zij zich niet, hem te plagen, soms te hoonen en welhaast steeds hem te behandelen als een minderwaardig wezen. De gewiekste kooplui laten zich dit boersche antisemitisme welgevallen in het belang van hun handel, de bitterheid tegen het Christelijke volk uiten zij alleen in hun gezin. Zulk een bestaan zou er ook voor Tibor weggelegd zijn geweest, wanneer hij zich niet daaraan had onttrokken door in Budapest zijn geluk te beproeven. Hiermede verbrak hij den band met de traditie van zijn stam; de zorg voor de familie schudde hij van zich af, wat voor een Jood oneindig veel zwaarder weegt dan het loslaten van geloof en ritus. In Budapest doet hij zijn intrede in het intellectueele proletariaat; de gewezen dorpsjongen tracht als journalist invloed op de menigte te krijgen met zijn radicale denkbeelden. Armoede en ontbering schijnt hij te hebben gekend; dit weerhield hem niet, zijn schrijversloopbaan niet op te geven en niet naar een meer lucratieven maar minder met zijn roode denkbeelden overéénkomenden werkkring te zoeken. Hij houdt jaren lang den strijd vol, tot de oorlog hem absorbeert.

Van een anti-christelijke tendens is bij Szamuelly later niets meer te bemerken, des te meer van een anti-maatschappelijke. Waarschijnlijk leefde de haat zijner ouders en voorouders tegen de christelijke machthebbers in hem voort, zooals het dat evenzoo deed bij zijn broeders. Het antichristelijke moment is daaruit verdwenen; zeer waarschijnlijk liet dezen radicalen atheïst het Christelijk geloof even onverschillig als het Joodsche. Zijn haat concentreerde zich tegen de machthebbers, de haat van duizendjarige onderdrukking. Hij heeft dan ook nooit een oogenblik van aarzeling gekend, zich zelf nooit grenzen gezet. Zijn wraaklust en bloeddorst kende geen verzadiging, geen vermoeidheid. De mensch, die geen grenzen kent, die innerlijk volkomen vrij is van zelfkritiek, heeft steeds de massa gefascineerd, van de stamhoofden van den voortijd af tot Robespierre en Napoleon toe. Zijn groote intelligentie, zijn psychopathische ongevoeligheid voor het lijden van anderen, zelfs van onschuldige kinderen, maakte het hem mogelijk, om ook technisch zijn plannen te doen gelukken. Alleen hierin onderscheidt hij zich van zijn broeders, die overigens met denzelfden haat bezield waren als hun satanische broeder.

Sluiten