Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9

Béla Kun.

Béla Kun is geboren in 1885 uit Joodsche ouders; in het revolutiejaar 1919 was hij 34 jaar oud. Zijn naam is naar Hongaarsch gebruik veranderd; zijn ouders heetten tot hun dood toe Cohn. Zijn vader was portier en bediende bij een Joodsche stichting voor ouden van dagen in Budapest. De jonge Béla verliet al vroeg het ouderlijk geloof en den Joodschen ritus; in 1905, op twintigjarigen leeftijd, is hij student in de rechten in Koloszvar; hij was toen reeds als socialistisch agitator werkzaam. Zonder bekende reden gaf hij zijn studie op, en werd journalist, eerst aan de ör (Wachter) te Koloszvar, dan aan de Szabadsag (Vrijheid) te Nagyvarad, en daarna aan de Budapesti Napló (Bp. Dagblad) in de hoofdstad. Van daar uit keerde hij na een afwezigheid van twee jaar weer naar Koloszvar terug als beambte aan een arbeidersverzekeringbank. In deze stad werkte hij met energie aan de organisatie der socialistische partij in Zevenburgen. Na het vertrek van den directeur der bank naar Temesvar werd Kun tot zijn plaatsvervanger benoemd. Kort daarop trad hij in het huwelijk. Aan zijn carrière kwam een plotseling einde, doordat er onregelmatigheden ontdekt werden in de boekhouding. Na gehouden onderzoek werd Kun vervangen door een anderen directeur. Tengevolge van dit ontslag kwam Kun aan lager wal; hij verdiende iets met het schrijven van meestal zeer persoonlijke artikelen voor de meest radicale bladen. Hij schijnt in dezen tijd bepaald gebrek te hebben geleden. Toch bleef hij in de socialistische partij een eerste viool spelen. Enkel en alleen door Kuns propaganda hebben de socialistische ideeën ingang gevonden in Zevenburgen. Hij was uiterst fel en radicaal in zijn optreden. Hij placht te zeggen, dat alleen een krankzinnige of een misdadiger de kapitalistische wereldorde kon verdedigen. Aan Kuns zwaren strijd om het bestaan maakte de oorlog een einde. Hij nam afscheid van zijn vrienden met deze woorden: „Het is goed; dus ook ik, de socialist, doe aan den oorlog mee. Ik doe geen stap, om te vluchten voor de slachtbank. Maar wanneer ik terugkom, zal het mijn vijanden slecht gaan! Ik zal ze leeren, die patriotten!" Aan het Russische, front liet hij zich gevangen nemen.

Na de Russische revolutie werd in 1918 door drie Hongaren, Kun, Szamuelly en Rudnyansky onder de auspiciën van Lenin een organisatie gevormd onder de Hongaarsche krijgsgevangenen, om de vestiging van het communisme op Hongaarschen bodem voor te bereiden. Rudnyansky is tot op den huldigen dag in Rusland gebleven; de beide anderen keerden in November

Sluiten