Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

tijde der revolutie was hij 27 jaar oud. Op zijn portret valt niets bijzonders op; enkel de vastberadenheid, die uit zijn trekken spreekt. Hij is de zoon van een wachtmeester der gendarmerie. Daar zijn vader vroeg stierf, had hij een armoedige jeugd. Hij kwam als leerling in het zadelmakersvak. Op zijn 18e jaar kwam hij onder dienst, en werd bij de marine ingedeeld. Zijn diensttijd ging bijna zonder onderbreking over in de mobilisatie. Op de vloot werd hij gewonnen voor de roode idee. In 1918 kreeg hij verlof en reisde over Budapest naar Moskou, om het bolsjewisme uit eigen aanschouwing te leeren kennen. In December 1918 keerde hij naar Budapest terug, als volleerd bolsjewist Hij vond daar zijn kameraden-matrozen in de stad zonder bezigheden rondloopen, reeds doordrongen van Kun's agitatie. Hij kon uitnemend zijn woord doen en was een onverschrokken man; spoedig zagen de matrozen in hem hun leider. Toen de leiders dan ook besloten, met behulp der matrozen de revolutie te wagen, was Cserny de aangewezen man, om leiding te geven. Goede bekende in Budapest's verdachte buurten, wist hij zijn troep met duistere elementen uit te breiden, die door hoop op voordeel tot alles in staat waren. Zijn idee was het, op straat alle automobielen te requireeren. Hiermede beheerschte hij de stad.

Zijn voorkomen was dat van een rooverhoofdman. Nooit werd hij gezien zonder een groote sport pet, die hij diep over de oogen trok; om den hals droeg hij (in den zomer!) een dikke sjaal, die zijn gezicht verborg. Verder droeg hij een nauwsluitende lederen jas en een lederen rijbroek. In de schacht van zijn hooge laarzen stak een groot jachtmes, waarmede hij door de lucht zwaaide, als hij bevelen uitdeelde. Zijn woord was voor de Lenin-jongens evangelie, niet het minst omdat Szamuelly steeds op de meest voorkomende wijze met hem sprak. Zijn verachting voor het leed van anderen moge blijken uit enkele episoden.

Cserny verhoort negen mannen, die, in een café bijeen gezeten, waren opgepakt, omdat een aanwezige communist meende, dat zij een complot beraamden. De aangeklaagden mogen een advocaat hebben; wanneer die begint te spreken, zegt Cserny:

— „Eén minuut kun je spreken." Waarop de advocaat antwoordt:

— „Maar het gaat hier om het leven van negen menschen!"

— „Twee minuten kun je spreken."

Als de twee minuten voorbij zijn, zegt Cserny:

Sluiten