Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

men. De eigenlijke moordenaars waren geen Joden; onder de „jongens van Lenin" vindt men ze slechts sporadisch.

Kun, Szamuelly en de overige zestien volkscommissarissen van Joodschen afkomst, kan men wel beschouwen als de auctor es intellectuales der revolutie. Geen dezer Joden was echter meer trouw aan de beginselen en ritus van zijn stam; het waren alle gemoderniseerde, afvallige Joden. De streng ritueele vader van Kun heeft zijn zoon vervloekt; de Joodsche gemeente in het kleine plaatsje, waar Szamuelly's lijk boven aarde stond, weigerde pertinent hem een rustplaats op haar kerkhof te verleenen. Het gaat daarom niet aan, den nadruk te leggen op den Joodschen afkomst van het meerendeel der leiders, alsof daar de verklaring van hun drijven zou liggen. De kwestie is geheel anders: bij elke moderne revolutie geeft het intellectueele proletariaat de leiding, en dat is in Hongarije op dit oogenblik toevalligerwijze overwegend van Joodsche afstamming.

Het intellectueele proletariaat, de arme student, de schoolmeester, de kleine advocaat, de „losse" journalist, de armendokter, hebben in de laatste eeuw een zeer gewichtige rol gespeeld bij alle revoluties. Hoeveel Russische romans behandelen dit onderwerp! Wie voor den oorlog de Russische studentenkolonies gekend heeft in Zürich, Genève, Berlijn, Parijs en andere steden, weet wat daar voor armoede geleden werd, en met welke gevoelens van haat tegen de huidige maatschappelijke toestanden deze menschen naar Rusland teruggingen. Hetzelfde was het geval in Hongarije. Kun en Szamuelly bijvoorbeeld waren beide derde rangs journalisten (de eerste daarvóór student in de rechten); beide kenden bittere armoede en ontbering. — Dat dit intellectueele proletariaat in Hongarije voornamelijk , uit Joden bestaat, wijzen onaanvechtbare cijfers uit. De numerus clausus is juist aan de universiteit te Budapest ingevoerd, omdat de overwegende meerderheid der studenten Joden waren; thans mag niet meer dan vijf procent uit Joden bestaan, op grond van het feit, dat vijf procent der bevolking op Hongaarschen bodem Joodsch is. De verklaring voor de aanwezigheid van het groote aantal Joden aan de hoogescholen is, dat in het Midden-Oosten en Oosten van Europa, in Polen, Rusland, Hongarije en Roemenië, de hoogste standen der maatschappij weinig neiging aan den dag leggen voor het uitoefenen van een beroep, en in het bijzonder niet voor intellectueele beroepen. Zonen „van goeden huize" dreven hun landgoed, d. w. z. reden en jaagden; die dat niet kon was officier, of bij gebrek aan middelen staatsambtenaar. Speciaal in zaken,

Sluiten