Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

moderantisme en de constitutie. Die rol beviel baar niet lang. Weldra maakten de Jacobijnen zich van Téroenne meester en zag men haar verschijnen als commandant van een vrouwenleger, de roode muts op het hoofd, gewapend met sabel en piek. Zij had een groot aandeel aan de gebeurtenissen in September 1792. Het is niet bewezen, dat zij aan de slachting heeft deelgenomen, maar men verhaalt, dat zij op de binnenplaats van de abdij één van haar vroegere minnaars met haar sabel het hoofd spleet, toen men den ongelukkige naar de rechtbank in die gevangenis overbracht.

Téroenne verloor het verstand eerst na de vestiging van het Directoire. Onder de papieren van Saint-Just vond men een brief van haar, gedateerd 26 Juli 1794, die reeds de bewijzen van verstandsverbijstering levert. Zij was toen ongeveer 35 jaar oud. Zij werd eerst overgebracht naar een huis in de fauborg Saint-Marceau, in November 1800 naar de Salpétrière, in December naar de Petites Maisons, vanwaar zij na de ontruiming van dat gesticht op 7 September 1807 terugkeerde naar de Salpétrière. Bij haar aankomst aldaar in 1807 was zij opgewonden, bedreigde en beleedigde haar omgeving, die zij aanzag voor royalisten of gematigden, voortdurend pratend over revolutie, vrijheid en comité's du salut public.

In 1808 bezocht een hooggeplaatst persoon, die partijhoofd was geweest, de Salpétrière. Téroenne herkende hem, sprong op van haar stroozak en overlaadde hem met beleedigingen en bedreigingen. Een „gearresteerde van het comité du salut public zou hem weldra recht doen wedervaren."

In 1810 werd zij rustiger en verviel tot een staat van dementie, die nog sporen van haar eerste domineerende ideën liet zien.

Téroenne, zegt Esquirol, wil geen kleeren dragen, zelfs geen hemd. Eenige malen per dag giet zij eenige emmers water op het stroo, waarop zij ligt. 's Zomers ligt zij naakt onder een laken, 's winters onder een laken en een deken. Zij wandelt blootvoets op de koude vloersteenen. De ergste koude verandert niets aan haar levenswijze. Wanneer het vriest, breekt zij het ijs in haar emmer en neemt van het water daaronder, om haar lichaam en vooral haar voeten nat te maken. In haar kleine, sombere cel, zeer vochtig en zonder meubels, voelt zij zich zeer goed; zij beweert met zeer belangrijke dingen bezig te zijn; zij glimlacht, als men haar aanspreekt; soms antwoordt zij bruusk: „Ik ken u niet," en hult zich dan in haar laken. Maar zelden antwoordt zij goed. Zij zegt dikwijls: „Ik weet het niet; ik heb

Sluiten