Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

ALGEMEENB POLITIEK

ALGEMEENE POLITIEK.

Als resultaat van de eerste algemeene verkiezingen onder het algemeen mannenkiesrecht werd in den zomer van 1918 een Tweede Kamer gekozen, bestaande uit: 30 Roomsch-katholieken, 22 Sociaal-democraten, 13 Anti-revolutionairen,

7 Christelijk-historischen,

6 Unie-liberalen,

5 Vrijzinnig-demokraten,

4 Vrije liberalen,

3 leden van den Ekonomischen Bond, 2 leden Soc. Dem. Partij, 1 , ,

1 Christen-Socialist, ) later Communisten,

1 lid van den Socialistische partij,

1 lid van de Neutrale Staatspartij,

1 Christen-demokraat,

1 Christelijk-sociaal,

1 Middenstands-partij,

1 lid van de Demokratische Weermacht-partij en 1 lid van de Plattelands-partij.

De Unie-liberalen, Vrije liberalen, Ekonomische bonders, Middenstandsbonden en de Neutrale Partij smolten in 1921 samen tot één organisatie, n.I. van den Vrijheidsbond, welke groep thans in het parlement 15 leden telt en dus in aantal na de S. D. A. P. komt. Rekent men den plattelander (Bos later Braat) bij links, dan telden dus na de verkiezingen, volgens de oude parlementaire rangschikking, de Rechtsche partijen 52 leden (n.1. de heeren A. P. Staalman en Van de Laar mede gerekend) en de Linksche partijen 48 leden.

Daar de Rechtsche partijen in de Eerste Kamér een meerderheid hadden van 31, tegen 19 Links, nam Rechts de regeering, met jhr. mr. Ch. J. M. Ruys de Beerenbrouck als kabinetsformcerder, minister-president en minister van Binnenlandsche Zaken, terwijl als voorname kabinetsleden optraden mr. Th. Heemskerk (Justitie), jhr. mr. dr. H. A. van Karnebeek (Buitenl. Zaken), M. P. J. Aalberse (Arbeid), dr. J. Th. de Visser (Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen), de heer H. A. van IJsselsteyn (Landbouw, Nijverheid en Handel) en mr. S. de Vries (Financiën). De ingenieur A. A. H. W. König werd minister van Waterstaat Jbr. G. A. A. Alting von Geusau werd eerst minister van Oorlog, terwijl de heer A. W. F. Idenburg minister van Koloniën

Sluiten