Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALGEMEENE POLITIEK

6

werd. Sedert werd minister Idenburg opgevolgd door mr. S. de Graaf, de heer Alting von Geusau in Maart 1920 door den heer W. F. Pop, die Juni 1921 aftrad, terwijl de heer Naudin ten Cate eerst minister van Marine werd, doch zeer spoedig aftrad en in April 1919 vervangen werd door mr. H. Bijleveld, die in Januari 1921 op zijne beurt gedwongen werd om af te treden.

Troonreden, regeeringsprogramma's. — Toen het ministerie optrad was de oorlog nog niet afgeloopen. In de Troonrede van 17 September 1918 wordt echter aangekondigd verlichting van mobilisatie-lasten, zonder vermindering der weermacht. Op het gebied der levensmiddelenvoorziening verklaarde de regeering, dat de voorziening in het gebrek aan noodzakelijke levensbehoeften haar „voortdurende zorg" had, doch dat zij er op bedacht was, „de daartoe strekkende maatregelen zoo weinig drukkend mogelijk te doen zijn en te streven naar zekerheid van de rechten naast de plichten der ingezetenen." De toestand van 's lands schatkist werd „steeds meer zorgwekkend" verklaard, zoodat deze dringend „zooveel mogelijk beperking van uitgaven" vorderde. Ingrijpende maatregelen ter versterking van middelen konden niet uitblijven.

Instelling van een Departement van Onderwijs, Kunsten cn Wetenschappen en een voor Arbeidsaangelegenheden lag in het voornemen. Zooals men weet, werden daartoe respektievelijk de ministers De Visser en Aalberse even later benoemd. Uitvoering van art. 192 der Grondwet (het lager onderwijs) „in den geest van onderling vertrouwen en toenadering, die de herziening heeft gekenmerkt" werd aangekondigd. De wegneming van de steeds toenemende ongelijkheid in bezoldiging van openbare en bizondere onderwijzers werd in uitzicht gesteld.

Aan de in 1913 tot stand gekomen verzekeringswetten, van minister Talma, zou „zonder vertraging uitvoering worden gegeven." Voorstellen tot aanvulling dier wetten zouden worden gedaan. De opbouw der sociale wetgeving zou worden voortgezet, regeling der kollektieve arbeidsovereenkomst, zoo wat de publiekrechtelijke als privaatrechtelijke zijde betreft, ter hand genomen. Voorts werden aangekondigd: uitvoering van waterstaatswerken, met drooglegging der Zuiderzee, met kracht voortgezet en ondernomen.

Wat I n d i ë betreft, zou de Indische begrooting in dat jaar voor het eerst in het openbaar in Indië worden voorbereid. De hooge beteekenis der Christelijke zending werd erkend en tegen drank- en opiummisbruik zou de strijd krachtig worden aangebonden. De ingezetenen aldaar zouden meer kunnen deelnemen aan de behartiging der lokale belangen en uitbreiding van autonomie en zelfbestuur werd in uitzicht gesteld. De vrijwillige saamhoorigheid met het Moederland zou

Sluiten