Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11

KABINETSCRISIS

verhouding van Rijk en gemeenten, zij het op korten termijn, te bestudeeren, zoodat alleen een noodregeling te behandelen overbleef, en was er geen tijd meer in September om het ontwerp Rechtstoestand te behandelen. Vooral de schorsing van de behandeling der Pensioenwetten wekte bittere teleurstelling onder de ambtenaren (zie verder aldaar en onder de andere betrokken hoofdjes). En daar zoowel de houding van den nieuwen minister van financiën als de aangekondigde plannen van den nieuwen minister van oorlog tot in klerikale kringen teleurstelling wekten, (b.v. de kath. „Voorhoede" van 11 Sept. '21 over de legerkwestie), werd de natie er door deze rekonstruktie niet gelukkiger op!

De katholieken moesten bovendien bij het opnieuw gesloten akkoord de opheffing van het processie-verbod opofferen, terwijl de anti-rev. minister van oorlog het katholieke streven naar bezuiniging op leger en vloot achteruit drong!

Bij de interpellatie-Marchant, op 13 Sept, '21, wees dan ook Troelstra in zijn rede van dien dag er op, dat de koalitie-politiek zelve de kwaal is, waaraan onze politiek lijdt.

„Zoolang de krachten, die bij elkaar hooren voor het sociale Werk en den strijd,... tegen de ekonomische overmacht van bepaalde groepen, zoolang degenen, die krachtens hun ekonomische positie samen moeten gaan, elkaar niet gevonden hebben, zullen wij blijven in een permanente krisis".

En tot den arbeidersafgevaardigden van Rechts sprak Troelstra 14 September o.m.:

„Zijt gij volgens een zeker Christelijk beginsel verplicht om, waar wij strijden tegen de toenemende macht van het grootkapitaal, tegenover ons te staan en den heeren kapitalisten, die achter de schermen staan, handlangersdiensten te bewijzen? Neen, uit beginsel behoeft gij dat niet te doen; maar gij behoort tot de rechtsche koalitie; dat zijn de politieke boeien, die u zijn aangelegd door de koalitie als gevolg van de antithese-politiek, die u een dergelijke politiek voorschrijft. Ik heb er maar een paar voorbeelden van genoemd, maar in een tijd, waarin wij moeten strijden tegen de toenemende macht van het grootkapitaal dat zich steeds sterker politiek en ekonomisch organiseert, moest gij toch naast ons kunnen staan om een dergelijke macht tegen te gaan. Dat heeft met godsdienst niets te maken, maar wel met den grooten strijd, die de politiek meer en meer gaat beheerschen, den grooten strijd tusschen het grootkapitaal en de belangen der volksgemeenschap".

Bij de debatten werd tenslotte zeer geklaagd over de weinige mededeelingen, die minister Ruys aangaande het verloop der krisis gaf. Van soc. dem. zijde werd met nadruk overlegging van alle schrifturen geëischt, doch de minister verschool zich er achter, dat dan allen, die in de krisis een rol hadden gespeeld, toestemming zouden moeten geven.

Sluiten