Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

DUURTETOESLAGEN GEORGANISEERD OVERLEG

Duurtetoeslagen. — De behandeling dezer motie werd tot later uitgesteld en daar 5 Juni 1919 ontwerpen van de regeering omtrent duurtetoeslagen aan de orde kwamen en deze motie meer zaken behandelde, trok ter Laan haar in en verving haar door de volgende, om terstond te behandelen:

„De Kamer, van oordeel, dat de salarissen van 1 Januari 1919 grondslag dienen te worden voor het verleenen van duurtetoeslag aan het personeel,

van oordeel verder, dat deze toeslag voor het gehuwde personeel en het daarmede gelijkgestelde personeel minstens ƒ300 en voor het ongehuwde personeel minstens ƒ 225 behoort te bedragen, gaat over", enz.

De regeering stelde een duurtetoeslag voor van 50 percent °P de-salarissen van 1 Januari 1918, dus vóór de invoering van het nieuwe Bezoldigingsbesluit, derhalve onder aftrek van hetgeen dat besluit méér aan de ambtenaren gaf, boven het loon van 31 Januari 1917 — plus ƒ 50 voor ieder kind.

Het regeeringsvoorstel ging niet alleen in tegen de plannen van de Staatse ommissie-Stork, doch b.v. in een adres van den Centr. Ned. Ambt.bond werden staaltjes gegeven van het ongerijmde wat de regeering voorsloeg. „Wanneer bovengenoemde wet ongewijzigd wordt aangenomen", zoo luidde een adres van deze georganiseerde ambtenaren, „dan moeten verreweg de meeste postale ambtenaren het hun verstrekte voorschot op den duurtebijslag van ƒ 100 respektievelijk ƒ 75 geheel of gedeeltelijk terugbetalen, hetgeen zij van hun traktement absoluut niet kunnen".

Minister de Vries stemde toen toe, dat de voorschotten in geen geval zouden worden terugbetaald, en in het mondeling debat verltbogde hij den toeslag in dier voege, dat er nog een dergelijk voorschot bij zou komen, zonder eisch van teruggave.

-Den sociaaldemokraten was dit echter niet voldoende en meerderen van links steunden het voorstel van ƒ 300 toeslag voor gehuwden en ƒ 225 voor ongehuwden.

De motie, waarvan de eerste helft, om een onzuivere stemming te voorkomen, was afgenomen en die dus alleen den verhoogden duurtetoeslag betrof, werd 6 Juni '19 (bl. 2546 der Hand.) verworpen met 43 tegen 37 stemmen, zuiver met rechts tegen links. Ook alle klerikale arbeiders-leiders stemden dus tegen. (Dr. v. d. Laar was afwezig). Een motie-Dresselhuys, om de voorschotten nog 3 maanden voort te zetten, werd verworpen met 43 tegen 39 stemmen, eveneens rechte tegen links.

Georganiseerd overleg. — Nadat herhaaldelijk van sociaal demokratische en ook van andere zijde, vooral bij monde van Helsdingen en J. ter Laan, op een regeling,van het georganiseerd overleg was aangedrongen, verscheen 20 Dec. 1919 een kon. besluit (Stbl. 819), waarin „voorloopige voorzieningen" werden getroffen „omtrent georganiseerd overleg van Personeel in 's Rijks

Sluiten