Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANTI- REVÖLUTIEWET

26

voornaamste woordvoerder van soc. dem. zijde in juridisch opzicht aanvoerde. Na een uitvoerige- opsomming van de bepalingen in de Strafwet, die reeds revolutionaire woelingen afdoende met straf bedreigden, sprak Troelstra:

„Ik beantwoord dus de vraag, of werkelijk noodig is een verandering van ons Strafwetboek om binnen de grenzen van ons tegenwoordig strafrecht revolutionnaire woelingen te bestrijden, ontkennend. De Regeering is sterk genoeg gewapend.

Wat geeft nu het nieuwe ontwerp? Het wil het begrip aanslag uitbreiden en aan dat begrip ontnemen het karakter van strafbaarheid van poging. Het geeft een nieuwe definitie van omwenteling, die vrijwel overeenkomt met hetgeen in artikel 97 is vervat. Het wil strafbaar stellen hetgeen „nicht in die Erscheinung ist getreten. „Het gaat af van het standpunt, dat alleen strafbaar zijn te stellen concrete feiten."

En verder: „Ik beweer, dat dit geheele wetsontwerp het karakter draagt van een gelegenheidswet en zich richt tegen speciale groepen in het volk, maar dat karakter openbaart zich wel het sterkst in art. 5., Dat artikel richt zich absoluut niet alleen tegen de acties en de groepen, die men daarbij op het oog heeft. Dat artikel legt de internationale verstandhouding der vakorganisaties, zoodra het geldt zeer ingrijpende, in theoretischen en politieken zin revolutionnaire bewegingen, aan banden. De internationale verbinding, politiek en economisch, van de arbeidersklasse, hoe ook op het oogenblik in twee groepen verdeeld, neemt evenwel meer en meer toe. De groote acties verkrijgen meer en meer een internationaal karakter."

„In één woord, men kan zich de vrije ontwikkeling van de groote beweging in onzen tijd niet denken, zonder dat zij niet gehinderd wordt door strafbepalingen tegen onderlinge ver-, standhouding en wederzijdsche hulp. Dit gebeurt nu in art. 5. Dezer dagen sprekende met mijn:vriend Vliegen over de gevaren van dit wetsontwerp, zeide hij mij „art. 5 is het gevaarlijkst" en ik ben dat geheel met hem eens. Dit is het gevaarlijkste artikel en daartegen moeten wij opkomen. Wij moeten vrij blijven in onze onderlinge verstandhouding met de kameraden en organisaties uit het buitenland". (Hand. 9 Juni '20, blz. 2602 en 2603).

15 Juni stelden Troelstra en 6 andere sociaaldemokraten nog de volgende motie voor:

„De Kamer, van oordeel, dat aan de Regeering alsnog de gelegenheid dient te worden verschaft, om aan de Kamer nadere gegevens omtrent de urgentie van het wetsontwerp houdende nadere voorzieningen ter bestrijding van revolutionaire woelingen over te leggen,

en dat inmiddels de beraadslagingen over dat wetsontwerp dienen te worden geschorst,

gaat over tot de orde van den dag."

Sluiten