Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANTI-THESE-POLITIEK

28

voor om die ƒ 10.000 af te voeren. De heeren D. v. Twist, voerde den christ.-historischen minister bij de verdediging van het amendement o.a. tegemoet:

„Artikel 274 brengt de Kamer voor de eerste maal voor een beslissing op het terrein van het tooneel. Tot heden was er nimmer sprake van eenig subsidie voor dit doel. Ditmaal wordt ƒ 10.000 aangevraagd als subsidie voor de Nederlandsche Opera. Toen ik van deze aanvrage in de Memorie van Toelichting kennis nam, was mijn eerste gedachte, dat dit voorstel behoorde tot de nalatenschap van het vorige Kabinet (nl. het liberale van Cort v. d. Linden c.s.!). De toelichting op de voordracht was toch geformuleerd in het bekende recept, dat te warme voorstanders van het tooneel geven."

En verder:

„De voorstellers van het amendement zijn van oordeel, dat het niet op den weg der Overheid ligt om hier subsidie toe te kennen. De Overheid kan op het terrein van het tooneel geen partij kiezen. Dit is reeds hedenmiddag in den breede bij de algemeene beschouwingen over de kunsten en wetenschappen uiteengezet. De Overheid moet van dit terrein afblijven. Een Christelijke Overheid heeft met het tooneel niets te maken. Ik weiger dan ook aan te nemen, gelijk de Minister daareven zeide nader te zullen bewijzen, dat een Christelijke levensbeschouwing zich met subsidie aan een instelling als de Nederlandsche Opera laat vereenigen."

De heer de Sav. Lohman, christ. hist., verdedigde daarentegen den post, zoodat Kleerekooper, die evenzoo deed, naast de kerkelijke kamerleden en naast den ex-predikant van orthodoxe richting, minister de Visser, stond tegenover andere klerikalen!

Merkwaardig is nog wat de minister aanvoerde. Hij spraK o.a. als volgt:

„Ik ben .... te rade gegaan met het volksbelang, zooals dit zich aan mij voordoet, en heb dit hiérbij ook bezien van uit het standpunt van een Christelijke wereldbeschouwing. Ik heb de geschiedenis van de dramatische: kunst eens historisch nagegaan, en bij vernieuwing heeft mij bij dat onderzoek getroffen dat de dramatische kunst haar ontstaan dankt aan de kerk en dat niet alleen het geestelijk, maar ook het wereldlijk drama op den bodem van de kerk is gegroeid. Zelfs hadden de zoogenaamde rederijkerskamers aan geestelijke gildengroepen haar ontstaan te danken. Nu zou men kunnen zeggen: dat alles betreft de Roomsch-Katholieke kerk, maar het Protestantsch bestanddeel van ons volk, laat ik 'vooral zeggen het anti-revolutionnaire volksdeel, staat daar principieel tegenover. Maar zoo staat toch de zaak niet. Ik heb o.a. voor mij de bekende lezingen, door dr. Kuyper gehouden in Amerika, waarin hij op blz. 65 wel waarschuwt tegen het schouwburgbezoek — ik spreek thans

Sluiten