Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29

ANTI-THESE-POLITIEK

over de opera als dramatische kunsi, en in dit verband past dus het citaat — maar daarbij uitdrukkelijk de stelling op den voou-> grond plaatst, dat hij als Calvinist noch tegen de komedie, noch tegen de opera pricipieel gekant is. Het citaat luidt aldus:

„Op zich zelf lag er in de fictie niets zondigs. Ook het verbeeldingsleven is een gave Gods. Noch ook lag het kwaad in het dramatische. Hoe hoog heeft Milton Shakespeare niet genoemd, en schreef hij zelf niet in dramatischen vorm?' Zelfs in de publieke uitvoering als zoodanig school het kwaad volstrekt niet. Te Genève zijn in Calvijns dagen voor al het volk publieke voorstellingen gegeven op de markt. Neen, wat hier stuitte, was niet de komedie of tragedie, de opera of operette op zich zelf, maar wel het onzedelijk offer dat, om ons te vermaken, van spelers en speleressen werd gevergd. Een troep komedianten was in die dagen vooral als regel een zedelijk verlaagd korps." "

Het amendement v. Twist werd 23 Januari aangenomen met 42 tegen 40 stemmen, rechts tegen links, waarbij echter mr. de Sav. Lohman tegen stemde, met allen van links, evenals zijn geestverwant Bakkerl {Bladz. 1043).'(Zie verder onder Kunst).

Een ander voorbeeHt is een geschil over sport-beoefening op Zondag. 16 Januari 1919 (bldz. 984 Hand.) kwam een voorstel van minister de Visser, om ƒ211.000 uit te trekken voor de lichamelijke oefening Van de jeugd aan de orde. De heer Duymaer v. Twist zei het volgende, hetgeen geen kommentaar behoeft:

„Tegen dat alles maak ik, Mijnheer de Voorzitter, gelijk ik zeide, geen bezwaar, maar bij deze plannen klemt te meer de noodzakelijkhektöm het platteland, dat de regeering met speelterreinen wil begiftigen, te bewaren voor verstoringen van rust, welke men bijzonder op het platteland op den dag des Heeren wenscht in acht te nemen. Het platteland wenscht in zijn overgroote meerderheid den Zondag niet ontheiligd te zien en, wanneer nu de minister van de subsidiën verbonden wordt de bepaling, dat, de speelterreinen op Zondag gesloten moeten zijn, zal dat tot ernstig verzet, en mijns inziens te recht, aanleiding geven.

Nu heeft de Minister in de vergadering' van Dinsdag 1.1. op mijn aandrang om aan gesubsidieerde sportvereenigingen de voorwaarde te stellen van niet op Zondag te spelen, verklaard voornemens te zijn om de subsidiën, die bij deze begrooting voor lichamelijke opvoedingen dergelijke,Jworden voorgesteld, te:binden aan deze voorwaarde, dat dergelijk#mitvoeringen vani ape*: len niet begonnen zullen worden vóór des middags 1 uur, als de godsdienstoefeningen zijn afgeloopen.

Met deze toezegging1 van den Minister kan ik mij niet tevreden stellen. Het spijt mij, dat de heer Schokking (Chr.-historisch evenals de minister. De Schr.) hier niet aanwezig is. Ik

Sluiten