Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANTI-THESE-P0L1TÏBK

30

ben overtuigd, dat die geachte afgevaardigde mij in mijn pogingen bij dezen Minister zou steunen."

Ds. v. d. Voort van Zijp dikte dit 22 Januari d.a.v. nog eens aan door de redenen te zeggen, waarom hij tegen zou stemmen;

„De eerste is, dat het een subsidie is waarbij niet is buitengesloten dat zij, die het subsidie ontvangen, door hun werkzaamheden de heiliging van den rustdag in gevaar brengen. En de tweede reden is, dat het niet op den weg van de Regeering ligt om de mogelijkheid te bevorderen, dat het Christelijk karakter van den Zondag wordt ondermijnd.

Wij meenen, dat nu het oogenblik gekomen is om onzerzijds aan de regeerihg te doen blijken, dat een voortgaan in deze richting onze steun niet zal hebben."

Toch werd de post aangenomen met 50 tegen 20 stemmen, waarbij meer dan 20 klerikalen van allerlei kleur vóór en 20 tegen stemden!

Zóó was er verschil tusschen de klerikalen over de invoering van het Vrouwenkiesrecht, Van de 74 aanwezige Kamerleden stemden 9 Mei 1919 (bl. 2248 Hand.) 10 klerikalen tegen, nl. negen anti-revolutionairen, en de heer Schokking; maar alle andere klerikalen stemden vóór, zelfs ook de anti-rev, leden Smeenk en Weitkamp. Toch liep het ook hier om hoog-ideëele beginselen, ontleend aan den Bijbel. De heer Smeenk zei 8 Mei: „Maar de Heilige Schrift spreekt zich over de kwestie niet uit". Doch mr. dr. Schokking, oud-predikant, die het dus beter moet kunnen weten dan broeder Smeenk, zeide 9 Mei d.a.v.:

„Deze positie (nl. van de vrouw in het maatschappelijk leven) wordt allereerst bepaald door hoogere beginselen, gelijk wij die kennen uit de Schrift, die merkwaardigerwijze naar de natuur verwijst en ergens zegt: leert de natuur zelf niet, dat de vrouw een andere plaats heeft in te nemen dan de man? Hoogere beginselen, waarover- tusschen mannen en vrouwen saam verschil bestaat."

En even later zei dr. Sch. nog:

„In dit opzicht staan wij Protestanten wel eenigszins anders dan de Roomsch-Katholieken, daar wij als Protestanten er prijs op stellen ten volle een eigen meening te vormen en niet zooveel aan kerkelijke leiding kunnen overlaten."

Het gezantschap bij den Paus leverde ook een schitterend voorbeeld op van tweedracht onder de koalitie-genooten. 22 December 1920 kwam een voorstel aan de orde om dit gezantschap, voor den tijd van oorlog ingesteld, definitief te handhaven. Jhr. mr. de Sav. Lohman diende een amendement in om den voorgestelden post op de begrooting van buitenlandsche zaken te schrappen (zie .bladz. 1279 der Handelingen' 2e Kamer, 1919/20). Hij sprak hierbij onder meer:

„Bij de wederinvoering van het gezantschap bij den Heiligen Stoel, wordt de band van den Staat met de kerk hersteld. Dit gaat dus Vlak in tegen den tot dusver gevoigden ontwikkelings-

Sluiten