Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33

ANTI-THESE-POLITIEK

vereering, in strijd met Exod. 20 : 2—6 en heel Gods Woord, gepaard gaan — allerminst behoort te worden uitgebreid;

dat bovendien bedoeld voorstel is eene verloochening van het Christel ij k Historisch, d.i. P r o t e stantsch karakter der natie, aangezien door de processie een Roomsch cachet zou worden gedrukt op ons nationale leven....." (Wij onderstreepten.}--. =

En het christ.-hist. blad De Nederlander schreef 19 Juni 1921 hieromtrent:

„Velen — daaronder ook onze hoofdredacteur (jhr. mr. A. F. de Savornin Lohman. De Schr.) — hebben zich gevleid met de gedachte, dat, na een honderd-jarige ervaring, in Nederland geheel de Roomsche bevolking de zegeningen van den godsdienstvrede, als gevolg van de meest volmaakte kerkelijke en godsdienstvrijheid, zou hebben gewaardeerd. Tal van beslist-geloovige Roomsch-Katholieken begeerden geen uitbreiding van processies, allerminst onder de Protestantsche bevolking, omdat zij voor uitoefening van eigen godsdienst onnoodig waren — men kan ook in de kerken processies houden — en in andere streken de hartstochten zouden prikkelen.

■ Intusschen schijnt, na het Vaticaansche concilie in 1870, onder leiding der R. C. geestelijkheid, die altijd streeft en streven moet naar herstel harer geestelijk-wereldlijke macht, de stemming veranderd te zijn. Meer dan ooit worden de alle gewetensvrij^ heid doodende beginselen van het Roomsche staatsrecht op den voorgrond geschoven; de Protestanten, ook zij,, die zich houden aan de Schrift, worden in overal gelezen dagbladen met LeninTrotzki op ééne lijn gesteld; het Protestantsche of e c h t liberale staatsrecht, door de kerk veroordeeld, wordt volkomen genegeerd, en de daaraan ontleende vrijheid ook voor de R. C. toegeschreven aan den triomf van Rom'e's kerk; zelfs wordt, niet door een pastoortje uit den achterhoek, maar door een bekend Kamerlid, geflankeerd door een bekenden pastoor, in een groote Protestantsche stad het Protestantisme op de felste wijze gehoond. Zelfs zijn de R. Catholieken er in geslaagd, met behulp trouwens van minder scherpziende Protestanten, het hoofdbeginsel van hun kerkrecht, n.1. de erkenning van de geestelijke souvereiniteit, welke het opperhoofd der aan hem sinds 1870 geheel onderworpen geestelijkheid tot evenknie van de wereldlijke macht, ja tot een in beginsel boven haar staande macht maakt, te doen zegevieren. Door dezen terugtred naar het Middeleeuwsche. staatsrecht is de officieele band tusschen staat en kerk, in plaats van losser gemaakt, versterkt en zulks ten bate van die kerk, die het Protestantsche staatsrecht het felst bestrijdt".

, Bij de „rekonstructie" van het Kabinet in Juni 1921 werd dan ook de processie-vrijheid geofferd en in de voorstellen tot grondwetsherziening het hoofdstuk over den godsdienst teruggenomen.

3

Sluiten