Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARBEIDSKONFBBENTIE VAN DEN VOLKENBOND

40

wetgeving internationaal moest worden in werking gesteld, wegens de konkurrentie. Dit nu vooraf te willen doen was dus reactionair. Deze redeneering was echter valsch. De reactionairen redeneerden altijd zóó als ze wel wisten en o m d a t ze wel wisten, dat er internationaal weinig of niets van zou komen. Indien echter op een internationale konferentie de zaak op de agenda staat, is het toch heel iets- anders, als men daar de totstandkoming eener regeling tegenwerkt) Inderdaad is toch ook een internationale regeling gewenscht, al is dat konkurrentiebezwaar veelal voorgewend. Het kan zijn, dat de intern, konferentie er nu niet veel van zou hebben gemaakt en dat het beter was, dat zij de kwestie niet verknoeide, zooals de heer Zaalberg in „Het Volk" schreef. Doch de verantwoording des ministers was in ieder geval zwak.

In de avondvergadering van 1 December klaagde Hiemstra ook over de zonderlinge wijze, waarop de minister de vertegenwoordiging van de deskundige adviseurs had geregeld. Zij moesten wachten op een telegram van dr. Nolens en toen dat kwam en zij gingen, was de zaak te Genève vrijwel beslist. De min. v. arbeid had het aldus geregeld met het oog op de kosten. Maar nu was a 1 het geld vrijwel weggeworpen! En de deskundigen der werkgevers waren wèl tijdig present, want zij hadden op eigen kosten wel voorloopig gezorgd, er te zijn.

Tot stand kwam de zoogenaamde L o o d w i t-k onventie. Deze bevat ongeveer:

le. Vérbod van het gebruik van loodwit voor binnenwerk, behalve daar waar zulk gebruik noodzakelijk moet worden geacht. (Dit laatste betreft spoorwegstations en bepaalde industrieele ondernemingen, zulks ter beoordeeling der bevoegde autoriteiten).

2e. Toelating van loodwitgebruik voor buitenwerk, onder zekere voorwaarden in 't belang der hygiëne. (Zoo zai b.v. in schilderswerkplaatsen alleen loodwit in lijnolie gemalen mogen worden aangewend).

Voorts bevat de konventie nog bepalingen omtrent het deskundig beoordeelen van vermoedelijke vergiftigingsgevallen, het inrichten van statistieken enz., en bepaalt ze, behoudens ratifikatie, de inwerkingtreding op zes jaar na sluiting der konferentie; d.i.: 19 November 1927.'

Juist echter die ratifikatie- is dubieus, want die voor den 8-urendag is in vele landen uitgebleven onder den invloed der reactie. 6v3gf«.

Verder is nog een „aanbeveling" aangenomen ten gunste van een w e k e 1 ij k s c h e n rustdag voor handel en industrie, met de bevoegdheid echter tot afwijkende uitzonderingen.

Voor de landbouwarbeiders is ook een en ander „aanbevolen", n.1. de vrijheid van vestiging, die in de middenEuropeesche landen voor den oorlog nog niet bestond, maar nu vrijwel reeds verzekerd was.

Sluiten