Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(ARBEID8WBT 1919

48

daartoe door de Kamer gedane .verzoek, de feiten zijn onthouden, welke ons tot oordeelen in staat zouden hebben gesteld, . Dan hadden wij' ook met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen. Maar nu konstateer ik slechts, dat de minister, vooropstellende dat de achturendag er moest komen — met -welke meening ik akkoord ga — de vraag, hoe de wet moet worden uitgevoerd en welke de grondbeginselen zijn, niet heeft getoetst aan onderzoek van feiten. Hij vraagt van ons thans een sprong in het duister. Dat vind ik uit een oogpünt van wetgeving een buitengewoon gevaarlijke methode." (Bl. 2881 Hand.).

De sociaal-demokraten hadden — al moesten zij in het algemeen het goede van het ontwerp erkennen — bewaren tegen den 10-urendag voor de arbeiders buiten fabrieken en werkplaatsen, tegen de overgangsbepalingen der artt. 26 en 27 en tegen het arbeidsverbod tot slechts 13 jaren enz. Zij hadden een 20-tal amendementen voorgesteld. De kommunisten of „revolutionairen", toen nog een klub van vieren, met Kolthek inbegrepen, stelden het voor, of de heele wet een wet zou zijn om den 8-urendag tegen te houden.

Kolthek, sprekend van de fractie, noemde het „een wetsontwerp, zoodanig ineengezet, dan den arbeiders de achturendag ■ van lange jaren onthouden zal worden en dat tegelijkertijd hun direkten strijd daarvoor belemmeringen in den weg zal leggen". Zelfs sprak Kolthek aldus:

„Ieder die er aan medewerkt, om het algemeen debat over dit wetsontwerp te beperken, is mede schuldig aan de poging, Welke van regeeringswege bij dit wetsontwerp in het werk gesteeld wordt om onzen strijd voor den achturendag te belemmeren,"

De heeren stemden dan ook tenslotte tegen de wet (zie later), wat hun echter niet belette, 11 Juli '19 een amendement te verdedigen om de wet 6 maanden na de aanneming in werking te doen stellen (bladz. 3042), en ook niet belette bij monde v. Ravesteyn, de hoop uit te spreken, „dat deze debatten (nl. van de interpellatie-Schaper) den minister van arbeid aanleiding zullen geven de toepassing der wet te verhaasten", (bl. 2565 Hand. 1919/'20). De wet, die den 8-urendag moest tegenhouden, moest dus spoedig in werking treden! Zij beroemden zich er thans op, dat zij 23 amendementen hadden ingediend, zij hadden dus „de premie", zooals Wijnkoop 2 Juli '19 triomfantelijk zei, maar de meeste dier amendementen waren zóó prullig samengesteld, dat de minister 8 Juli (bl, 2892) kon verklaren dat, als ze aangenomen werden, voor een groot deel der arbeiders niet eens de 10-ureudag zou worden verkregen. Het eerste en groote amendement, dat al de andere beheerschte, viel dan ook 8 Juli met 67 tegen 4 stemmen, die der komm. fractie. Zoo ging het ook met andere, tot Kolthek maar begon in te trekken!

Sluiten