Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

63

BEDRIJFSRADEN BELASTINGEN

meerdere centralisatie en daardoor tevens een meer ekonomische werking door vereeniging der afzonderlijke ondernemingen tot bedrijfsorganisaties....

Voor de medezeggenschap der arbeiders is stichting en wettelijke regeling der bevoegdheid van bedrijfsraden, afgescheiden van verder gaande plannen, al dadelijk van onmiskenbaar nut. In Duitschland zijn de bedrijfsraden in de grondwet („Reichsverfassing") gewaarborgd en zij voldoen over het algemeen niet slecht, daar de arbeiders in de verschillende onnernemingen er een zekere macht mee uitoefenen, die door de werkgevers niet is te negeeren. De eerste arbeidersraden ontstonden in 1917 in Rusland. Volgens de Duitsche wet op de bedrijfsraden moet in alle bedrijven, waar in den regel ten minste 20 arbeiders werkzaam zijn, een bedrijfsraad opgericht worden. In bedrijven met ten minste 5 arbeider»:zijn bedrijfsvoormannen („Betriebsobmanner") te benoemen. Bij een wettelijke regeling van het kollektieve arbeidskontrakt komt welicht de gelegenheid om deze zaak te regelen. Bij de jongste grondwetsherziening (zie aldaar) stelden de sociaal-demokra-. ten alvast voor om in een nieuw hoofdstuk tot medezeggenschap der arbeiders te verplichten. De organisatie van die medezeggenschap zouden de bedrijfsraden kunnen dienen,

BELASTINGEN.

De wereldoorlog en de daardoor vereischte steunregelingen, levensmiddelen- en defensiepolitiek heeft in alle landen een verwoestenden invloed op de financiën van Rijk en gemeenten uitgeoefend. Het groote probleem is om de financiën weer in orde te brengen of te houden, en daarvoor zijn vele nieuwe belastingen en verhooging van bestaande noodzakelijk geweest en wellicht nog noodzakelijk. Reeds in de vorige parlementaire periode hebben de demokratische elementen van links geijverd voor een heffing in eens van de vermogenden, om alzoo het voornaamste tekort te dekken en te laten dragen door wie dit het best betalen kunnen. Deze pogingen werden telkens door regeering en Kamer verijdeld. Steeds is door de onzen als richtsnoer gevolgd het beginsel, dat belasting naar draagkracht moest worden geheven, en derhalve akcijnsen en dergelijke indirekte belastingen moesten worden bestreden.

Zoo werd 12 December 1918, dus reeds in het eerste jaar van de periode 1918/21, door J. ter Laan, met mede-onderteekening van Schaper, Sannes, van Zadelhoff, L. M. Hermans en van der Waerden, de volgende motie van orde voorgesteld:'

„De Kamer, van oordeel dat het gewensch is, de krisisschuld op korten termijn te delgen in hoofdzaak door een heffing van het vermogen en de groote inkomens,

noodigt de Regeering uit voorstellen aan de Staten-Generaal

Sluiten