Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

67

VB RMOGENSBELASTING

BOSSCHENBET.ASTING

Dus een beduidend hoogere belasting der groote vermogens, met een hoogere opbrengst per jaar van 9 a 10 millioen! Het werd verworpen met 52 tegen 17 stemmen. Met de sociaaldemokraten stemden alleen de kommunisten, bij monde van Kruyt, voor. Alle andere partijen waren tegen.

Een amend.-Oud, om de heffing ook meer progressief te maken, doch daarmede later te beginnen, werd verworpen met 41 tegen 27 stemmen. Voor waren nu, behalve de vrijz.demokraten en de sociaal-demokraten, de liberalen Rink, Lely, Otto, de Muralt en Fock, benevens Abr. Staalman en de kommunisten. De tegenstemmers waren overigens dezelfde als bij het am.-v. d. Tempel. (Bladz. 1952 Hand.)

Dit ontwerp werd 28 Maart zonder hoofdei, stemming aangenomen (bladz. 1952).

Een tezelfdef tijd ingediend ontwerp om de Verdedigingsbelastingen I en II te verlengen en te wijzigen, werd 28 Maart 1919 aangenomen met 51 tegen 9 stemmen, die van 7 sociaaldemokraten (v. Zadelhoff, Kleerekoper, K. ter Laan, Duys, Helsdingen, v. d. Tempel en Heykoop) en 2 kommunisten. Vier andere sociaal-demokraten, J. tér Laan, Schaper, v. d. Waerden en Troelstra stemden voor. (Bladz. 1957 der Hand.) Tevoren was een amend.-v. d. Tempel, om ongeveer het dubbele te heffen op grond van de Verdedtgingsbelasting I, verworpen^met 41 tegen 27 stemmen'. Vóór de sociaal-demokraten, de vrijz.-demokraten, de kommunisten, Abr. Staalman en de liberalen Lely, Rink, Otto, de Muralt en Fock (bladz. 1952].

Een 3 Jan. 1919 ingekomen ontwerp tot wijziging van de heffing van opcenten op de Vermogens- en de inkomstenbelasting ten behoeve van het Leeningsfonds, werd 28 Maart '19 zonder hoofdei, stemming aangenomen.

Al deze ontwerpen werden 10 April 1919 door de Eerste Kamer zonder hoofdei, stemming aangenomen en 11 April d.a.v. vastgesteld (Staatsbl. 169, 170, 171 en 172).

1 Mei 1920 werd nog weer een ontwerpje ingediend tot verlenging van den termijn, waarin de Verdedigingsbelastingen zullen worden geheven, n.1. tot én met 30 April 1934. Dit ontwerp werd 27 Mei '20 zonder debat of hoofdei, stemming aangenomen (in de Eerste Kamer idem 2 Juli '20 en vaststelling der wet 5 Juli 1920, Stbl. 342).

Bosschenbelasting, — 21 April 1920 kwam in openbare behandeling een 15 November 1919 ingediend ontwerp op den aanleg van b sschen, in de Inkomstenbelasting 1914. Het beoogde, de wet in dien zin te wijzjgjm, dat niet de waard«rtm meerdering:,in een jaar als opbrengst wordt beschouwd, doch eerst bij veiling der boomen met den fiscus wordt afgerekend, waarbij dan de totale gerealiseerde waarde als opbrengst zött moeten gelden. ■■;

Sluiten