Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TJt

SUCCESSIEBELASTING

hagen daarvan aanwezig zijn; met 3 pet, voor afstammelingen in tweeden of verderen graad; met 3 pet, voor de(n) echtgenoot, indien geen kinderen of verdere afstammelingen aanwezig zijn; met 10 pet. voor de verkrijgingen door bloedverwanten in de rechte opgaande linie en door broeders en zusters; met 15 pet, voor de verkrijgingen doof kinderen van broeders, en zusters en met 20 pet, voor verkrijgingen door verdere- of niet verwanten. De opbrengst per jaar zou daardoor met 20 millioen stijgen.

6 Apr^-1921 kwam dit wetsontwerp in openbare behandeling. Omtrent de kwestie van staatserfrecht verklaarden ae katholiek de Wijkerslooth de Weerdesteyn en de vrijheidsbonder v. Rappard zich daartegen. J. ter Laan zei er 7 April o.m. van: „Een van mijn bezwaren tegen een successiebelasting is dit, dat de opbrengst telkenjare in de gewone begrooting wordt opgenomen. Er is naar mijn meening geen groot principieel verschil tusschen Staatserfrecht en successiebelasting.... Mijn bezwaar tegen een zwaar drukkende successiebelasting is, dat het daaruit verkregen geld elk jaar wordt verbruikt, terwijl, naar het mij voorkomt, het uit dergelijke belasting komende geld, hetzij men het Staatserfrecht, hetzij men het successierecht noemt, eigenlijk alleen zou moeten dienen voor het tot stand brengen van groote sociale en produktieve maatregelen".

„In dit verband wil ik nog zeggen, dat als het geld op deze wijze zou worden aangewend, ik verder zou willen gaan dan tot het bedragje dat thans wordt binnengehaald".

Eenige amendementen op het ontwerp werden deels overen deels aangenomen. Zoo een amendement-de Wijkerslooth om de heffing van kinderen en van afstammelingen in tweeden en verderen graad te verminderen. De heer Oud diende een amendement in om een echtgenoot niet méér te laten betalen omdat er geen kinderen aanwezig zijn. Mr. de Geer stelde voor, om te verlagen de heffing, wanneer een gezinshoofd met achterlating van minderjarige kinderen in de kracht van zijn leven sterft. Het bedoelde te vermijden een onredelijke heffing in de gevallen, waarin de vererving geenerlei draagkrachtvermeerdering beteekent.

Het amendement-Oud werd 8 April ,1921 aangenomen met 44 tegen 20 stemmen. Alleen 12 katholieken en acht antirevolutionairen stemden tegen. Het amend.- de Wijkerslooth werd aangenomen met 55 tegen 9 stemmen. Tegen de antirevolutionnairen v. d. Molen, Colijn, de Wilde, Schouten en Rutgers en de vrijheidsbonders de Groot, de Buisonjé, Treub en ter Hall.. Het amend.—de Geer werd aangenomen met 62 tegen 2 stemmen, die • van de anti-revolutionairen Colijn en Beumer, (Bladz. 1968 der Hand.),

Het ontwerp werd 14 April 1921 aangenomen met 57 tegen 18 stemmen. Tegen waren de vrijheidsbonders Drion, Rink, Dresselhuys, Abr. Staalman, de Kanter en van Rappard;

Sluiten