Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

73

GRONDBELASTINa

der ontwikkeling en verouderde schattingen bij invoering der nieuwe wet een aantal eigenaren, ook de kleine, meer belasting zouden, moeten opbrengen.

Nu is de tegenwoordige grondbelasting geamortiseerd in den p r ij s, men gaf voor den grond minder, als er een hooge belasting oplag. Een verhooging van belasting, zoo redeneerde men, zal dus voor de bestaande eigenaren een verhoogde grondprijs en veel schade beteekenen. Dit werd vooral door den christ. histor. Weitkamp en door den vrijz. demokraat Oud aangevoerd. Daar staat tegenover, dat er geld adjn moet en dat deze belasting althans een d i r e k t e is, terwijl anders gevaar geloopen wordt, dat het gezocht wordt in indirekte belastingen. Bovenal echter moet bedacht, dat als men alles laat als het is, ook de slechte grondslag van de opbrengst door schatting af aangifte, de heffing van thans, die zeer ongelijk en ongerijmd is, als 't ware voor altijd wordt; versteend. Voor den vrijz.-demokraat Oud goldt het bezwaar tegen de nieuwe heffing echter in die mate, dat hij in elk geval tegen de wet zou stemmen, waarmede blijkbaar niet alle vrijz.-dem. Kamerleden instemden.

J. ter Laan zocht de verbeteringen in het ontwerp hierin, dat de druk der belasting meer eenvormig zal worden gelegd. Werden ter Laan's berekeningen in zeker opzicht betwist, hij erkende 11 Mei als „volkomen juist, dat een groep menschen op dit oogenblik door deze grondbelasting zwaar zal worden getroffen. Welke zijn dat? Dat zijn niet de menschen die de waarde hunner eigendommen hebben zien stijgen, maar de menschen die in het laatst van den oorlog duur hebben moeten koopen en die hun eigendommen hebben bezwaard met een zeer aanzienlijk hypotheekbedrag. Het is dan ook mijn grief, dat dit wetsontwerp zoo laat komt. Daar heeft men ook de verklaring van het feit, dat ik herhaaldelijk heb aangedrongen op behandeling van het grondbelastingsontwerp. Op dit oogenblik loopt men met deze grondbelasting achter de feiten aan, en omdat dit het geval is zal een aantal van deze menschen deze belasting zeer zwaar gevoelen." Aldus Ter Laan (bladz. 2377 Hand.).

Wat betreft den druk op de kleine zandboeren gaf minister de Vries 12 Mei '21 deze berekening:

„Groote oppervlakten van die zandgronden zijn thans aangeslagen naar een belastbare opbrengst van ƒ 10 a ƒ 20 per HA.. Bij gevolg betaalt men op het oogenblik. ƒ 0,60 a ƒ1,20 aan grondbelasting per H.A. De tegenwoordige verkoopwaarde van diezelfde gronden kan geschat worden op ƒ 800 a ƒ 1600. Naar de nieuwe wet zal men dus voor die gronden «aan belasting te betalen hebben ƒ 1.60 a ƒ 3.20 per H.A. Dat is dus een stijging per H.A. en per jaar van gemiddeld niet meer dan ƒ 1,50. Volgens den heer van Rappard komt op de zandgron-

Sluiten