Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

79

GOUDEN EN ZILVEREN WERKEN —

SPEELKAARTENBELASTING

Gouden en zilveren werken. — Ook dit ontwerp, tot verhooging der belasting op deze werken, was overgebleven uit een vorige parlementaire periode, de zitting 1915/1**, De belasting wordt geheven bij wijze van waarborg en werd door dit ontwerp verdubbeld. 7 Juni 1921 kwam het in openbare behandeling en ondervond slechts verzet van de zijde van den heer Abr, Staalman, die voor de juweliers enz. opkwam. Natuurlijk was dit een weeldebelasting, die door iederen demokraat kan worden gesteund. Het ontwerp werd 7 Juni 1921 dan ook zonder hoofdei. Stemming aangenomen (bladz, 1721). De Eerste Kamer deed hetzelfde 13 Oktober 1921. 15 Okt. 1921 (Stbl. 1123) werd de wet vastgesteld.

Speelkaarten-belasting. — Deze belasting is een erfenis va» het ministerie-v. d. Linden-Treub, en heft ƒ 0.25 van een spel ran 32 kaarten en ƒ 0.50 van elk ander. Het invoerrecht er op werd tevens verhoogd. De belasting zou ƒ 200.000 opbrengen. J. ter Laan — die het heele belastingstelsel van min. de Vries veroordeelde, n.1. het bij elkaar halen overal weg, inplaats van een stelsel in grooten stijl — wees op de enorme kontröle, hierdoor vereischt, op winkeliers, kooplieden enz. en op de hooge perceptie- (innings-) kosten. ,J)e minister geeft in de Memorie van Antwoord aan, dat het zich tot een negental ambtenaren zal bepalen en ongeveer ƒ 15.000 zal kosten. De perceptiekosten zullen echter veel grooter zijn en het bedrag van ƒ 15.000 zal wel in sterke mate worden overschreden, want het is duidelijk, dat het aantal ambtenaren sterk zal moeten worden uitgebreid".

Art, 30, verhooging van bet invoerrecht, werd 9 Juli aangenomen met rechts tegen links, behalve dat de oud-minister Treub voor stemde. Het ontwerp werd 9 Juli 1919 aangenomen met 45 tegen 29 stemmen. De stemming was rechts tegen links, behalve dat de liberalen v. Doorn, Lely, Rink, Treub en Fock mee vóór stemden en dr. v. d. Laar mee tegen (bladz. 2932).

De Eerste Kamer nam het ontwerp 24 Julf!4419 aan zonder hoofdei, stemming en de wet werd vastgesteld 25 Juli 1919 (Stbl. 513).

Tabakswet, — Een ontwerp tot heffing van akcijns op de tabak werd ingediend 9 November 1915, dus nog onder het kabinet Cort. v. d. Linden en wel door min. Treub. Het was het z.g. banderollenstelsel. De akcijns bedraagt voor sigaren 10 percent van den kleinhandelsprijs» voor sigaretten 15 percent (art. 5). Volgens art. 14 moet ieder, die, in welken vorm ook, handel drijft in -ruwe tabak, bewerkte tabaksbladeren, stelen en afval van tabak, voor de tabaksbewerking bestemde surrogaten, halffabrikaten 'en fabrikaten van tabak, alsmede ieder die in zijn bedrijf tabak geheel of gedeeltelijk tot verbruik bereidt, of tot verbruik bereide tabak voor den verkoop in het klein, verpakt, in het bezit zijn van eene bed r ij f svergunning.

Sluiten