Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BELASTINGEN

84

verhoogdel De ontwerpen werden niet ingediend; ze bezweken reeds onder de algemeene afkeuring, ofschoon sommige kerkelijke bladen ze nog verdedigden.

Zegelwet-belasting. — Een 9 April 1921 ingediend ontwerp had de strekking, het zegelrecht in het algemeen aanmerkelijk te verhoogen en nieuwe in te stellen. Zelfs pakhuisceelen en volgbriefjes werden met 50 cent, belasti'Voorts met ƒ50 voor aanvragen van vereenigingen om statuten te wijzigen (zelfs als ze geen goedkeuring erlangden!) Ook de boerenleen- en spaarbanken zouden worden getroffen, zelfs de arbeiders, die door de Landarbeiderswet geholpen zijn, enz. Het doel was, geld in de schatkist te brengen, ongeveer 5 millioen gulden.

Toen 18 Okt. 1921 dit ontwerp in openbare behandeling kwam, verzetten zich hiertegen de sociaal-demokraten. J. ter Laan zeide er van: „Deze heffing is niet alleen lastig, maar ook "zwaar drukkend en daartoe moet men in dezen -tijd niet overgaan nu de handel en het verkeer met zooveel moeilijkheden hebben te kampen".

De christ.-hist. Gerretson viel hem hierin bij (bladz. 106).

Over de paragraaf betreffende de statuten vroeg mr. Oud, bij weigering der statuten het geld terug te geven, waarin de minister toestemde. Zei de heer Oud, dat tegenwoordig allerlei klubjes kon. goedkeuring aanvragen en dit dus wat geremd .mag worden, Ter Laan wees er op, dat met deze belasting ernstige vereenigingen op andere wijze een uitweg zullen zoeken. De par. 6 en 7 werden echter 19 Oktober aangenomen met 57 tegen 16 stemmen. Tegen de sociaal-demokraten.

Het ontwerp zelf werd 19 Oktober 1921 aangenomen met 47 tegen 28 stemmen, rechts tegen links, behalve dat de heeren Marchant, Oud, v. Beresteyn, de Muralt, Rink en Visser v. Uz. met rechts vóór en dr. v. d. Laar en Gerretson mee tegen stemden (bladz. 113).

De Eerste Kamer nam 23 Dec. '21 het ontwerp met 25 tegen 16 stemmen aan, nadat de minister v. financiën een milde toepassing had toegezegd. De wet stond 24 Dec. 1921 in het Staatsblad (no. 1409).

Ingetrokken ontwerpen. — Uit de nalatenschap van minister Treub bleven nog over: een belasting op plaatsbewijzen in openbare middelen van vervoer, een ontwerp tot heffing van weergeld, een voor effektenbelasting, een vlootbelasting voor Indië, een belasting op de goederen in de doode hand, een voornamenbelasting. Al die ontwerpen zijn sukcessievelijk ingetrokken. Van een weelde-belasting, in uitzicht gesteld door min. de Vries, is nimmer iets gekomen. Een vermogensbelasting, ingekomen in September 1919, werd door min. de Vries ook weer ingetrokken.

Sluiten