Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEZUINIGING

88

Besparing personeel. — 24 Nov. verleende Schaper krachtig zijn medewerking tot het ontlokken van een verklaring door den min, v. waterstaat om geen nieuwe ambtenaren aan te stellen en de tijdelijke niet in vasten dienst te doen overgaan, alvorens het rapport der bezuinigingskommissie door de Kamer is behandeld. Sch. stelde op den voorgrond, dat de ministerieele departementen geen inrichtingen tot werkverschaffing zijn, doch dat tijdelijke ambtenaren, die moeten worden ontslagen, menschelijk en redelijk moeten worden behandeld. In bizondere gevallen kan de minister altijd bij de Kamer komen om een ambtenaar vast aan te stellen. De klerikalen verzetten zich zooveel mogelijk tegen deze pogingen, thans aangevoerd door mr. Dresselhuys, en mr. Beumer zei b.v., dat art. 10 van het ontwerpRechtstoestand eischt, dat na een jaar de tijdelijke ambtenaar vast moet worden aangenomen. Het spreekt: echter vanzelf, dat als dit artikel wet wordt, daarvoor alle beloften en moties moeten zwichten en men daarna weer den toestand kan bezien (bladz. 675 e.v.)

1 Dec. '21 deden zich nieuwe moeilijkheden voor, toen min. Aalberse niet goedschiks een bezuinigingsmotie-Oud-Dresselhuis op de aanstelling van nieuwe ambtenaren wilde aanvaarden. Naast de voorstellers pleitte Schaper voor de aanvaarding. 6 December kwam deze kwestie weer aan de orde en 20 Dec. '21 (bladz. 1222) legde de regeering bij monde van min. de Geer de volgende verklaring af:

„De Regeering, gezien de noodzakelijkheid van versobering van den Staatsdienst,

is voornemens:

1°. geen nieuwe vaste of tijdelijke ambtenaarsbetrekking bij de Departementen of daaronder ressorteerende dienstvakken in te stellen, tenzij die instelling noodig is ter uitvoering van een bij de wet nieuw opgelegde taak;

2°. noch ter vervulling van betrekkingen als onder sub 1°. bedoeld, noch in komende vakatures personeel buiten het ambtenaarskorps vast of tijdelijk aan te stellen, tenzij het betreft betrekkingen waarvoor vereischt is een bijzondere vakbekwaamheid;

3°. ook wat het laatstgenoemde personeel aangaat, niet tot zoodanige aanstelling over te gaan, voordat in elk bijzonder geval uit een nauwkeurig onderzoek gebleken is, dat niet een ambtenaar, die reeds op wachtgeld gesteld is of die, met inperking van den dienst, in zijn tegenwoordige funktie zou kunnen worden gemist, de te vervullen betrekking naar beboeren kan waarnemen;

4°. aan één der Departementen een centraal punt in te stellen tot leiding van het onderzoek als sub 3°. bedoeld."

Landsgebouwen. — In de vergadering van 24 November '21 protesteerden o.a. Gerhard en Schaper tegen de verspilling

Sluiten