Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRANDSTOFFEN

92

waren schaarsch, wegens de scheepvaart-moeilijkheden, maar turf en bruinkool was er steeds. Reeds 15 Okt. 1918 vroeg dan ook Schaper, ter gelegenheid van een interpellatie over de levensmiddelen-voorziening, of er flink turf gegraven werd (bladz. 70). Wat de kolen betreft zei Schaper.'

„En hoe staat het met de kolen? Hebben wij eigen kolen genoeg? Althans voor den huiselijken haard? Waarom moeten de kolen uit onze mijnen even duur zijn als die uit het buitenland? Is er in dit opzicht niet iets te gemoet te komen aan den nood van de arbeiders, de middelklasse, de kleine ambtenaren e.d.?"

De minister van landbouw enz. zegde bij die gelegenheid toe een wetsontwerp om de turf produktie te bevorderen (bladz. 75), Het wetje bevat een aantal artikelen van de Onteigeningswet (76 m, t en verder), waarbij wordt bepaald, dat door de Kroon kan worden besloten tot onteigening in het belang der turf- en bruinkolenvoorziening. Het ontwerpje werd 17 Dec1918 zonder hoofdei, stemming aangenomen; door de Eerste Kamer geschiedde dit 10 Jan. 1918 en de wet verscheen 11 Jan. 1919 in het Staatsblad (No. 9). Van de toepassing is intusschen weinig of niets gekomen. Min. v. IJsselsteijn, was weinig aktief op dit gebied en al spoedig kwam de wapenstilstand. Later is nog veel over de gestie der brandstoffen-kommissies geschreven, doch dat doet hier weinig ter zake.

Kolenkrediet aan Duitschland. — 14 Juni 1920 werd een ontwerp ingediend, „houdende goedkeuring van het op 11 Mei 1920 te 's-Gravenhage tusschen Nederland en Duitschland gesloten verdrag nopens de verleening van krediet en den uitvoer van steenkolen en goedkeuring van de overeenkomst, in verband met dat verdrag, gesloten tusschen den Staat en de Nederlandsche Maatschappij tot Ontginning van Steenkolenvelden te 's-Gravenhage, alsmede voorzieningen van geldelijken aard ten aanzien van genoemd verdrag".

Nederland zou ten behoeve van Duitschland een krediet van ƒ 2Ó0 millioen openen voor tien jaar, tegen 6 pet, interest overeenkomstig de volgende bepalingen:

1, Het krediet wordt gesplitst in een van ƒ 60 millioen voor den aankoop van voedsel in Nederland (rekening A) en een van ƒ 140 millioen voor den aankoop van grondstoffen (rekening B.) De rekening A wordt gedebiteerd voor den aankoop van levensmiddelen van Nederlandsche of NederlandschIndische herkomst, die Duitschland in Nederland koopt. De rekening A wordt gecrediteerd voor 25'pet van den kontraktueelen prijs van de steenkool, steenkool-briketten en kokes, door Duitschland uit hoofde van het volgens bijlage B van deze overeenkomst bepaalde aan Nederland geleverd, tot een jaarlijksch bedrag Van ten hoogste ƒ 20 millioen. De Duitsche regeering zal den leveranciers van de kolen verplichten deze 25

Sluiten