Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

95

KOMMISSIE VAN OVERLEG

eenig kabinet was. Ook de Jonge besprak dit euvel, bij de behandeling der begrooting voor 1919, op 13. Dec. 1918.

„De nieuwe tijd wil met de oude, vanleien en vermolmde machinerie, ook in het diplomatieke stelsel, gedaan maken", sprak hij (bladz. 746).

Kommissie van overleg. — 19 December 1917 reeds werd door de sociaal-dem. fractie een voorstel gedaan tot aanvulling van het reglement van orde der Kamer voor een vaste kommissie voor het buitenlandsch beleid. Reeds vroeger, (10 Mei 1917) had de Kamer een motie-v. Leeuwen aangenomen. Een vaste kommissie van 7 leden zou, volgens art. 128a, bij den aanvang van ieder zitting worden benoemd, die regelmatig overleg met de regeering pleegt en aan de Kamer mededeelt de zaken, waaromtrent geen geheimhouding is opgelegd. De kommissie komt, behalve op de door haar zelve te bepalen tijdstippen, bijeen zoo dikwijls de regeering dat wenscht. De voorzitter der Kamer is ambtshalve voorzitter der kommissie.

31 Oktober 1918 (bladz. 232) begonnen daarover de debatten* welke 11 Maart 1919 werden voortgezet. Een amendementBeumer en een van de komm. v. rapporteurs beoogden, de taak der kommissie te verkleinen; deze werden echter verworpen (bladz. 1796). Een voorstel om andere leden tot de vergadering gen'toe te laten werd ook verworpen. De klausule (4e lid) aangaande de geheimhouding en de mededeeling aan de Kamer, werd 12 Maart aangenomen met 61 tegen 6 stemmen. Tegen stemden behalve Wijnkoop en de zijnen, de anti-rev. Schouten en v. d. Voort v. Zijp en de soc.-dem. de Zeeuw. Het voorstel zelf werd 12 Maart4919 aangenomen met 56 tegen 7 stemmen. Tegen alleen de kommunisten, de vrijheidsbonder Visser v. IJzendoorn, de katholiek v. Vuuren en de anti-rev. v. d. Voort v. Zijp^bladz. 1799%"'

De kwestie hierbij, van sommige zijden aangesneden, was of de Kamer niet zou móeten eischen openbaarheid van alles wat behandeld werd en of de kommissie daarover de Kamer niet steeds zou moeten inlichten. Sommigen vreesden, dat nu de Kamer nog minder zou te weten komen. Schaper, die het voorstel-Troelstra verdedigde, betoogde, dat de verschillende groepen hunne mannen konden vertrouwen en daarvan geruststellende mededeelingen kunnen ontvangen; terwijl het de bizondere taak 'der kommissie zal zijn, om den minister van buitenlandsche zaken aan te sporen tot publikatie als dit mogelijk is. Op den voorgrond echter werd gesteld, dat openbaarheid van'mes wat verhandeld wordt niet mogelijk is, evenmin als alle onderhandelingen van een vakbond over een geschil met de werkgevers steeds terstond publiek kunnen warden gemaakt. Gelastte men de kommissie alles mede te deelen wat zij weet, dan zal de minister eenvoudig slechts los laten wat hij wil en niet meer. Overigens is de instelling een proef en een weg

Sluiten