Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

97

NEDERLAND BELGTË

(buitenl. zaken) op 22 Dec. 1920 kwamen, met van Ravesteyn, Troelstra en de Jonge op de zaak terug. Troelstra kwam op tegen de geheimhouding en de Jonge sprak over de kwestie met Servië zelve. Troelstra sprak bij die gelegenheid ook over de kommissie voor buitenl. zaken en zei o.a. (bladz. 1262):

„Er wordt de opmerking gemaakt, dat voor zoover de bedoeling van die kommissie was, om de Kamer meer te doen medeleven met de buitenlandsche aangelegenheden, zij aan haar doel weinig beantwoordt. Ik acht die opmerking juist".

Zoolang echter de Kamer als geheel niet op haar recht staat om meer licht over het buitenlandsch beleid te bekomen, zal dat licht niet verkregen worden en zoolang wordt het volk ook onwaardig behandeld. De sociaal-demokraten deden in dit opzicht echter hun plicht.

Nederland-België. — Van meer onmiddellijk belang was voor Nederland het geschil met België, waar een annexionistischc groep een deel van Limburg en Zeeland wil afscheuren en bij België brengen. Ons beginsel van zelfbeschikkingsrecht der volkeren verzet zich tegen dezen toeleg beslist, daar de bevolking dier streken er niet aan denkt, bij België te willen worden ingelijfd. Reeds 21 December 1918 richtte het Partijbestuur van de S. D. A. P. een manifest tot de Belgische Werkliedenpartij, waarvan het slot luidde (zie Het Volk van dien datum):

„Om al deze redenen verwacht de S. D. A. P. in Nederland van haar Belgische zusterpartij een krachtig optreden tegen het annexionistische streven van sommige harer landgenooten, opdat dit annexionisme niet het streven wordt der Belgische regeering, wijl daardoor de verhouding tusschen de beide kleine volkeren, die tot zegen van beiden een goede behoort te zijn, voor een onafzienbare reeks van jaren hopeloos zou worden bedorven.

Wij hebben het vaste vertrouwen, dat dit beroep op de Belgische Socialistische Partij geen vergeefsch beroep zal zijn, wijl haar liefde voor de vrijheid en het recht zich sterker zal toonen dan de imperialistische begeerten onzer gemeenschappelijke tegenstanders.

Leve het vrije zelfbeschikkingsrecht der volkeren, als gronaslag voor den Volkerenbond, waarin de internationale solidariteit zich zal belichamen."

Het bleek reeds spoedig, dat onze Belgische zusterpartij van deze kleine, rumoerige annexionistische groep niets wilde weten. 26 Dec. 1918 veroordeelde het kongres der Belgische social. Werkliedenpartij terstond alle annexatie-plannen ten nadeele van Nederland of Luxemburg. „Het kongres is vast besloten zich tegen elke politiek te keeren, welke tot doel zou hebben de imperialistische praktijken te begunstigen en de volken van het zelfbeschikkingsrecht te ontrooven", heette het.

Deze resolutie Uythoeven-Fischer werd door korte verklarin-

7

Sluiten