Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLANDSCHE POLITIEK

100

Nadien heeft de Belgische delegatie niet voorgesteld hierop terug te komen en de besprekingen over de zaak te heropenen, maar ingevolge opdracht harer regeering zonder overleg met en zonder voorkennis van de Nederlandsche delegatie aan den voorzitter der kommissie de schorsing der onderhandelingen harerzijds gemeld.

Troelstra nam na deze verklaring op 3 Juni '19 het woord en verzekerde allereerst, dat van een Belgisch-NederlandschiinÜW tair verbond het Ned. volk niets weten wil. Het scheen hem toe, dat dit het streven van de Belg. regeering was.

j,Wat nu betreft de houding van de Nederlandsche Regeering en de kwestie van de Wielingen, wil ik als mijn meening uitspreken" — zei Tr. — „dat het niet aangaat dat wij ons ten deze vastleggen op historische' aanspraken".

En verder: „Ik heb ook met genoegen vernomen, dat van Nederlandsche zijde het denkbeeld van arbitrage is geopperd. Indien dié twee denkbeelden konden gekombineerd worden, eenerzijds een bereidverklaring om op de wijze die reeds aangegeven is tot een schikking te komen, en anderzijds een bereidverklaring om de zaak door arbitrage te laten beslissen, dan zou Nederland in deze zaak alles gedaan hebben wat eenigermate van ons land gevergd kan worden".

Ten aanzien van het afzien van historische aanspraken was de-minister het niet geheel eens.

„De heer Troelstra kent deze quaestie genoeg om te weten', sprak hij, „dat wie in dit verband van de Wielingen spreekt, spreekt van de Schelde, wie van de Schelde spreekt, spreekt van Vlaanderen, wie van Vlaanderen spreekt, spreekt van Zeeland en wie van Zeeland spreekt, spreekt van Nederland". (Bladz. 2533—36).

Sedert bleven de officieele onderhandelingen uit. Engeland steunt blijkbaar — volgens hier ontvangen berichten — het Ned. standpunt, steunt althans België niet, en voor en na hoort men thans uitlatingen van Belgische regeeringsmannen, die de verhouding met Nederland wel wenschen te verbeteren. Van Kol wees er 6 Eek*. '20 in de Eerste Kamer op, dat Nederland 50 millioen voor geïnterneerde Belg. soldaten en 45 a 50 millioen aan Belg. vluchtelingen heeft uitgegeven. In het af te sluiten verdrag is bepaald, dat alle belemmering van Antwerpen's handel zal worden weggenomen. Er zal een kanaal van Antwerpen naar den Moerdijk worden gegraven, benevens desverlangd een kanaal van Antwerpen naar den Rijn, wat al in de traktaten van 1839 was voorzien en waartoe reeds in 1912, dus lang vóór den oorlog, de Nederlandsche regeering haar medewerking had beloofd.

11 Maart 1921 kregen van Kol en Henri Polak in de Eerste Kamer eenig geschil over het Belg.-Ned. konflikt, daar v. Kol het Belgische standpunt wat forsch naar voren bracht en Polak

Sluiten