Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLANDSCHE POLITIEK

104

boel, daar kan ik mij niet mee ophouden, en vertegenwoordigers kunnen wij er niet van ontvangen^ terwijl de regeering den gezant van het oude regime handhaaft.

Ik vraag mij toch af: is deze houdinjf^uist? Mogen wij ons mengen, hoe dan ook, in de binnenlandsche aangelegenheden van een zeker land, wanneer er eenmaal een regeering is? Mogen wij van den aard dier regeering laten afhangen of wij al dan niet gezanten daarvan zullen erkennen en ontvangen? Het komt mij voor van neen. Wij moeten dit niet vergeten, dat wij. honderden jaren officieele konnecties hebben gehad met dat land, toen daar het Czarisme, het bloed-Czarisme heerschte. Toen is er ook altijd zooveel bloed gevloeid;, ik weet niet of het minder was dan nu, maar dat er toen millioenen zijn vermoord door de onbeperkte heerschappij van dat CzariSme, staat vast. Toen hebben wij ons er niet voor gegeneerd gezanten te ontvangen uit dat land en hebben wij ons niet geschaamd konnecties met dat land te onderhouden...."

„Ik vraag: moeten wij zoo voorzichtig zijn en zoo kiesch zijn, wanneer het betreft afgezanten van een bolsjewiksche regeering? Op geen voeten en vamen na keur ik dat bolsjewiksche regime goed, men weet het". (Zie hierover nader onder „Rusland") Het gaat er om of de aanwezigheid van een

bolsjewiksche regeering daar ons het recht mag geven, met die menschen te breken op de wijze als wij dat doen",

18 December '18 stelde Duys de volgende motie voor:

„De Kamer, overwegende de wenschelijkheid van een regelmatige verbinding van onze regeering met alle regeeringen, welke geacht kunnen worden de facto haar volk te vertegenwoordigen" enz. — Ter verdediging zei Duys o.m.:

„Men kan het betreuren, of niet, maar een feit is het nu eenmaal, gelijk ik reeds gezegd heb, dat de Sovjet-regeering het Russische volk vertegenwoordigt.

De heer Rutgers: Onderdrukt.

Duys: Ik heb den heer Rutgers nooit hooren protesteeren tegen de vertegenwoordiging bij den bloed-Czaar".

De motie werd intusschen 19 Dec. 1918 verworpen met 51 tegen 21 stemmen. Vóór de sociaal-demokraten, kommunisten en de heer Wijk (bladz. 839).

Dezelfde gedragslijn is door de sociaal-demokraten telkens gevolgd. Zoo ook bij de behandeling van de interpellatie-wipli koop op 20 Oktober 1921, waarbij W. zelf op weinig fortuinlijke wijze de zaak bepleitte. De interpellatie liep over eventueel te verleenen steun aan de hongerende arbeiders en boeren van Sovjet-Rusland, in het bijzonder ook over de deelneming van Nederland aan de internationale daarvoor te verleenen kredieten en inTlé't algemeen over de houding van Nederland, in diplomatiek en in handelsopzicht, ten opzichte van SovjetRusland. De bedoeling was ook een handelsverdrag met Rusland.

Wijnkoop beriep zich niet louter op humanitéftsgronden, doch

Sluiten